Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK I

Artikel 28

Gunstigere behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wat de in artikel 23, lid 1, en artikel 26, lid 1, omschreven douanerechten en de in artikel 27 omschreven vergoedingen en andere heffingen betreft, past de EU elke gunstigere behandeling die toepasselijk wordt doordat zij na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met derde partijen, ook toe ten aanzien van de SADC-EPO-staten. 2. Wat de in artikel 23, lid 1, en artikel 26, lid 1, omschreven douanerechten en de in artikel 27 omschreven vergoedingen en andere heffingen betreft, passen de SADC-EPO-staten, op verzoek van de EU, elke gunstigere behandeling die toepasselijk wordt doordat zij, individueel respectievelijk tezamen, na de ondertekening van deze overeenkomst partij worden bij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht, ook toe ten aanzien van de EU. 3. In afwijking van lid 2 geldt dat de SADC-EPO-staten de behandeling die toepasselijk wordt doordat zij, individueel respectievelijk tezamen, partij worden bij een preferentiële handelsovereenkomst met landen van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan of andere landen of regio’s in Afrika, niet ook ten aanzien van de EU toepassen. 4. In afwijking van lid 2 geldt dat wanneer een SADC-EPO-staat aantoont dat hij, doordat hij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht heeft gesloten, een in zijn geheel aanzienlijk gunstigere behandeling krijgt dan die welke door de EU wordt verleend, de partijen hierover overleg plegen en gezamenlijk besluiten hoe de bepalingen van lid 2 het best kunnen worden uitgevoerd. 5. Dit artikel wordt niet zo uitgelegd dat de EU respectievelijk een SADC-EPO-staat verplicht is een SADC-EPO-staat respectievelijk de EU een preferentiële behandeling toe te kennen die toepasselijk wordt doordat de EU of een SADC-EPO-staat op de datum van ondertekening van deze overeenkomst partij is bij een preferentiële handelsovereenkomst met derde partijen. 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde overeenkomst een aandeel van meer dan 1 % in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, tezamen of via een overeenkomst inzake economische integratie in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde overeenkomst een aandeel van meer dan 1,5 % in de mondiale uitvoer van goederen had. 7. In afwijking van lid 1 geldt dat wanneer de EU na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met een derde partij en die preferentiële handelsovereenkomst voorziet in een gunstigere behandeling van de derde partij dan die welke de EU Zuid-Afrika uit hoofde van deze overeenkomst verleent, de EU en Zuid-Afrika hierover in overleg treden teneinde te besluiten of en hoe de gunstigere behandeling uit de preferentiële handelsovereenkomst ook ten aanzien van Zuid-Afrika kan worden toegepast. De Gezamenlijke Raad kan voorstellen tot wijziging van de bepalingen van deze overeenkomst aannemen overeenkomstig artikel 117. 8. In afwijking van lid 2 geldt dat wanneer de SACU of een MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht en die preferentiële handelsovereenkomst voorziet in een gunstigere behandeling van de belangrijke handelsmacht door de SACU of het betrokken MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort dan die welke de EU uit hoofde van deze overeenkomst wordt verleend, de SACU of het respectieve MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort en de EU hierover in overleg treden teneinde te besluiten of en hoe de gunstigere behandeling uit de preferentiële handelsovereenkomst ook ten aanzien van de EU kan worden toegepast. De Gezamenlijke Raad kan voorstellen tot wijziging van de bepalingen van deze overeenkomst aannemen overeenkomstig artikel 117.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel