**1.** Alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook, invoer- en uitvoerrechten en de belastingen vallende onder artikel 40 uitgezonderd, die ter zake van of in verband met in- of uitvoer worden opgelegd, mogen niet hoger zijn dan de kosten van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van interne producten noch een belasting op de in- of uitvoer voor fiscale doeleinden inhouden.
**2.** Onverminderd artikel 30 mag een partij geen strenge boeten opleggen wegens geringe overtredingen van douaneregelingen of -voorschriften. Met name mag een boete wegens een verzuim of abuis in de douanebescheiden, indien gemakkelijk te herstellen en kennelijk zonder bedrieglijke opzet of schromelijke nalatigheid begaan, niet hoger zijn dan nodig is om louter als waarschuwing te dienen.
**3.** De bepalingen van dit artikel hebben eveneens betrekking op door de overheid opgelegde vergoedingen en heffingen in verband met in- en uitvoer, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:
consulaire formaliteiten, zoals consulaire facturen en certificaten;
kwantitatieve beperkingen;
vergunningen;
deviezencontrole;
diensten ten behoeve van de statistiek;
documenten, documentatie en certificering;
analyse en onderzoek, en
quarantaine, sanitair onderzoek en ontsmetting.
**4.** Voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen opgelegd.
DEEL II › HOOFDSTUK I
Artikel 27
Vergoedingen en heffingen
Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht