Naar hoofdinhoud

Artikel 25

Vreedzame geschillenbeslechting

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van het cultureel erfgoed onder water· Cultureel recht

1. Ieder geschil tussen twee of meer staten die partij zijn betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag zullen het onderwerp zijn van onderhandelingen in goed vertrouwen of een andere wijze van vreedzame geschillenbeslechting naar eigen keuze. 2. Indien deze onderhandelingen niet binnen een redelijke termijn leiden tot beslechting van het geschil, kan het na overeenstemming tussen de betrokken staten die partij zijn ter bemiddeling worden voorgelegd aan UNESCO. 3. Indien er geen bemiddeling plaatsvindt of indien de bemiddeling niet leidt tot beslechting van het geschil, zijn de bepalingen inzake de geschillenbeslechting vervat in Deel XV van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van overeenkomstige toepassing op elk geschil tussen staten die partij zijn bij dit Verdrag betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, ongeacht of zij partij zijn bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee. 4. Een door een staat die partij is bij dit Verdrag en bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee uit hoofde van artikel 287 van dat verdrag gekozen procedure dient van toepassing te zijn op de geschillenbeslechting ingevolge dit artikel, tenzij die staat die partij is, bij de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip daarna uit hoofde van artikel 287 een andere procedure kiest voor de geschillenbeslechting die voortvloeit uit dit Verdrag. 5. Het staat een staat die partij is bij dit Verdrag en die geen partij is bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, vrij om bij de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip daarna door middel van een schriftelijke verklaring te kiezen voor een of meer van de wijzen van geschillenbeslechting vervat in artikel 287, eerste lid, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, voor het beslechten van geschillen uit hoofde van dit artikel. Artikel 287 is van toepassing op een dergelijke verklaring alsmede op elk geschil waarbij een dergelijke staat partij is dat niet onder een van kracht zijnde verklaring valt. Ten behoeve van conciliatie en arbitrage in overeenstemming met de Bijlagen V en VII van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee is een dergelijke staat bevoegd bemiddelaars en arbiters te benoemen voor opname in de lijsten bedoeld in Bijlage V, artikel 2, en in Bijlage VII, artikel 2, voor de beslechting van geschillen die voortvloeien uit dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel