**1.** Op de beslechting van geschillen die voortvloeien uit dit hoofdstuk, is hoofdstuk negenentwintig (Geschillenbeslechting) van toepassing zoals gewijzigd bij dit hoofdstuk.
**2.** Indien de partijen geen overeenstemming bereiken over de samenstelling van het arbitragepanel dat wordt ingesteld met het oog op een uit dit hoofdstuk voortvloeiend geschil, is artikel 29.7 (Samenstelling van arbitragepanel) van toepassing. Alle verwijzingen naar de lijst van arbiters die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 29.8 (Lijst van arbiters) worden gelezen als verwijzingen naar de lijst van arbiters die wordt vastgesteld overeenkomstig dit artikel.
**3.** Het Gemengd Comité voor de CETA kan een lijst opstellen van ten minste 15 personen die zijn geselecteerd op grond van hun objectiviteit, betrouwbaarheid en deugdelijk oordeelsvermogen, en die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. De lijst bestaat uit drie sublijsten: een sublijst voor elke partij en een sublijst van personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die voor het voorzitterschap in aanmerking komen. Elke sublijst bevat ten minste vijf personen. Het Gemengd Comité voor de CETA kan de lijst te allen tijde herzien en zorgt ervoor dat de lijst in overeenstemming is met dit artikel.
**4.** De arbiters op de lijst moeten beschikken over deskundigheid of ervaring inzake het recht betreffende financiële diensten of de praktijk op dat gebied, waaronder bijvoorbeeld de regelgeving inzake verleners van financiële diensten. De arbiters die fungeren als voorzitter moeten ook ervaring hebben als raadsman, panellid of arbiter in geschillenbeslechtingsprocedures. Arbiters zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op en nemen geen instructies aan van enige organisatie of overheid. Zij houden zich aan de gedragscode in bijlage 29-B (Gedragscode).
**5.** Indien een arbitragepanel oordeelt dat een maatregel niet in overeenstemming met deze overeenkomst is en de maatregel:
van invloed is op de financiëledienstensector en enige andere sector, dan mag de verzoekende partij overgaan tot opschorting van de voordelen in de financiëledienstensector waarvan het effect gelijkwaardig is aan het effect van de maatregel op de financiëledienstensector van de partij; of
uitsluitend een andere sector dan de financiëledienstensector beïnvloedt, dan mag de klagende partij de voordelen in de financiëledienstensector niet opschorten.
HOOFDSTUK DERTIEN
Artikel 13.20
Geschillenbeslechting
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht