Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK EENENTWINTIG

Artikel 21.7

Verdere samenwerking tussen partijen

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Op grond van artikel 21.6, lid 2, onder c), en om monitoring van toekomstige regelgevingsprojecten mogelijk te maken en mogelijkheden voor samenwerking op regelgevingsgebied in kaart te brengen, wisselen de partijen regelmatig informatie uit over lopende of geplande regelgevingsprojecten met betrekking tot de gebieden waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen. Deze informatie omvat in voorkomend geval nieuwe technische voorschriften en wijzigingen van bestaande technische voorschriften die waarschijnlijk zullen worden voorgesteld of vastgesteld. 2. De partijen kunnen samenwerking op regelgevingsgebied vergemakkelijken door op grond van een bepaalde regeling ambtenaren uit te wisselen. 3. De partijen streven naar samenwerking en het delen van informatie op vrijwillige basis op het gebied van veiligheid van non-foodproducten. Deze samenwerking of uitwisseling van informatie kan met name betrekking hebben op: wetenschappelijke, technische en regelgevingsaangelegenheden, om aan de verbetering van de veiligheid van non-foodproducten bij te dragen; opkomende kwesties van aanzienlijk belang op het gebied van gezondheid en veiligheid die onder de bevoegdheid van een partij vallen; aan normalisatie verwante activiteiten; markttoezicht- en handhavingsactiviteiten; methoden voor risicobeoordeling en productbeproeving; en gecoördineerde terugroepacties voor producten of andere vergelijkbare acties. 4. De partijen kunnen bepalen dat zij onderling informatie uitwisselen over de veiligheid van consumentenproducten, en over preventieve, beperkende en corrigerende maatregelen die zijn genomen. Canada kan met name toegang krijgen tot bepaalde informatie uit het RAPEX-waarschuwingssysteem van de Europese Unie, dan wel de opvolger daarvan, wat consumentenproducten betreft zoals bedoeld in Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid. De Europese Unie kan vroegtijdige waarschuwingen over beperkende maatregelen en het terugroepen van producten ontvangen uit het Canadese systeem voor het melden van incidenten met consumentenproducten, beter bekend als Radar, of de opvolger daarvan, met betrekking tot consumentenproducten zoals omschreven in de „Canada Consumer Product Safety Act”, S.C. 2010, c. 21, en cosmetica zoals omschreven in de „Food and Drugs Act”, R.S.C. 1985, c. F-27. Deze onderlinge uitwisseling van informatie geschiedt op basis van een regeling waarin de in lid 5 bedoelde maatregelen worden uiteengezet. 5. Voordat de partijen voor het eerst informatie uitwisselen als bedoeld in lid 4, zien zij erop toe dat het Comité voor de handel in goederen zijn goedkeuring hecht aan de maatregelen tot uitvoering van deze uitwisselingen. De partijen zien erop toe dat deze maatregelen nader bepalen welke soort informatie wordt uitgewisseld en wat de modaliteiten zijn voor de uitwisseling en de toepassing van voorschriften inzake vertrouwelijkheid en bescherming van persoonsgegevens. 6. Het Comité voor de handel in goederen hecht binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn goedkeuring aan de in lid 5 bedoelde maatregelen, tenzij de partijen besluiten deze termijn te verlengen. 7. De partijen kunnen de in lid 5 bedoelde maatregelen wijzigen. Het Comité voor de handel in goederen hecht zijn goedkeuring aan elke wijziging van de maatregelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel