**1.** Indien:
de partij waaraan het verzoek is gericht, niet kennisgeeft van haar voornemen om uitvoering te geven aan het eindverslag van het panel overeenkomstig artikel 29.12, of van de termijn die zij nodig heeft voor naleving overeenkomstig artikel 29.13, lid 1;
de partij waaraan het verzoek is gericht, bij het verstrijken van de redelijke termijn niet kennisgeeft van maatregelen die zijn genomen om aan het eindverslag van het panel uitvoering te geven; of
het arbitragepanel inzake de in lid 6 bedoelde naleving vaststelt dat een nalevingsmaatregel indruist tegen de verplichtingen van die partij uit hoofde van de in artikel 29.2 bedoelde bepalingen,
dan is de verzoekende partij gerechtigd tot opschorting van verplichtingen of tot het ontvangen van compensatie. De mate waarin voordelen worden tenietgedaan of uitgehold wordt berekend vanaf de datum van kennisgeving van het eindverslag van het panel aan de partijen.
**2.** Alvorens over te gaan tot opschorting van verplichtingen stelt de verzoekende partij de partij waaraan het verzoek is gericht en het Gemengd Comité voor de CETA in kennis van haar voornemen daartoe, waarbij zij specificeert in welke mate zij haar verplichtingen beoogt op te schorten.
**3.** Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, kan de opschorting van verplichtingen betrekking hebben op om het even welke in artikel 29.2 bedoelde bepaling, tot een mate die overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen tenietdoet of uitholt.
**4.** De verzoekende partij mag de opschorting tien werkdagen na de datum van ontvangst van de in lid 2 bedoelde kennisgeving door de partij waaraan het verzoek is gericht, toepassen, tenzij een partij overeenkomstig de leden 6 en 7 een verzoek om arbitrage heeft ingediend.
**5.** Indien er tussen de partijen onenigheid bestaat over de vraag of er sprake is van een maatregel tot naleving, of over de vraag of deze in overeenstemming is met de in artikel 29.2 bedoelde bepalingen („geschil over de naleving”), of over de gelijkwaardigheid van de mate van opschorting en de mate waarin de schending de voordelen tenietdoet of uitholt („geschil over de gelijkwaardigheid”), wordt dit voorgelegd aan het arbitragepanel.
**6.** Een partij kan het arbitragepanel opnieuw bijeenroepen door middel van een schriftelijk verzoek aan het arbitragepanel, de andere partij en het Gemengd Comité voor de CETA. In geval van een geschil over de naleving komt het arbitragepanel opnieuw bijeen op verzoek van de verzoekende partij. In geval van een geschil over de gelijkwaardigheid komt het arbitragepanel opnieuw bijeen op verzoek van de partij waaraan het verzoek is gericht. In geval van geschil over zowel de naleving als de gelijkwaardigheid doet het arbitragepanel uitspraak over het geschil over de naleving alvorens uitspraak over het geschil over de gelijkwaardigheid te doen.
**7.** Het arbitragepanel stelt de partijen en het Gemengd Comité voor de CETA dienovereenkomstig van zijn uitspraak in kennis:
binnen negentig dagen na het verzoek het arbitragepanel opnieuw bijeen te roepen, in geval van een geschil over de naleving;
binnen dertig dagen na het verzoek het arbitragepanel opnieuw bijeen te roepen, in geval van een geschil over de gelijkwaardigheid;
binnen honderdtwintig dagen na het eerste verzoek het arbitragepanel opnieuw bijeen te roepen, in geval van een onenigheid over zowel de naleving als de gelijkwaardigheid.
**8.** De verzoekende partij schort geen verplichtingen op tot het arbitragepanel dat opnieuw bijeen is gekomen krachtens de leden 6 en 7, uitspraak heeft gedaan. Opschortingen zijn met de uitspraak van het arbitragepanel in overeenstemming.
**9.** De opschorting van verplichtingen is van tijdelijke aard en wordt slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet in overeenstemming is met de in artikel 29.2 bedoelde bepalingen, is ingetrokken of zodanig is gewijzigd dat hij overeenkomstig artikel 29.15 met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen hun geschil hebben bijgelegd.
**10.** De verzoekende partij kan de partij waaraan het verzoek is gericht, te allen tijde verzoeken om een aanbod voor tijdelijke compensatie en de andere partij legt een dergelijk aanbod voor.
HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG › AFDELING C › ONDERAFDELING B
Artikel 29.14
Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht