**1.** Wordt een beroep gedaan op de bepalingen van dit hoofdstuk inzake geschillenbeslechting, dan laat dit het recht om gebruik te maken van de mogelijkheid van geschillenbeslechting in het kader van de WTO-Overeenkomst of enige andere overeenkomst waarbij de partijen partij zijn, onverlet.
**2.** Onverminderd lid 1 geldt dat indien een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst in wezen gelijkwaardig is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, of uit hoofde van enige andere overeenkomst waarbij de partijen partij zijn, een partij niet in beide fora verhaal voor de schending van een dergelijke verplichting kan trachten te halen. In dat geval stelt de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid uit hoofde van een overeenkomst, geen vordering uit hoofde van de schending van de in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst in, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen, andere dan opzegging overeenkomstig punt 20 van bijlage 29-A, geen vaststellingen doet over deze vordering.
**3.** Voor de toepassing van lid 2:
worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het DSU een verzoek om instelling van een panel indient;
worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 29.6 van deze overeenkomst een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient; en
worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens enige andere overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig de bepalingen van die overeenkomst een verzoek om instelling van een panel of gerecht voor geschillenbeslechting indient.
**4.** Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij haar verplichtingen op te schorten indien zulks door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO is toegestaan. Een partij mag niet de WTO-Overeenkomst inroepen om de andere partij te beletten verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk op te schorten.
HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG › AFDELING A
Artikel 29.3
Keuze van de bevoegde rechter
Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht