Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG › AFDELING B

Artikel 29.4

Overleg

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een partij kan schriftelijk verzoeken om overleg met de andere partij over de in artikel 29.2 bedoelde aangelegenheden. 2. De verzoekende partij stuurt het verzoek naar de partij waaraan het verzoek is gericht, en vermeldt de redenen voor het verzoek, waarbij zij onder meer aangeeft welke specifieke maatregel in het geding is en wat de rechtsgrond voor de klacht is. 3. Behoudens het bepaalde in lid 4, treden de partijen in overleg binnen dertig dagen na de datum waarop de partij waaraan het verzoek is gericht, dit verzoek heeft ontvangen. 4. In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten die snel hun handelswaarde verliezen, begint het overleg binnen 15 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de partij waaraan dat verzoek is gericht. 5. De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om de aangelegenheid door overleg op een voor beide partijen aanvaardbare wijze op te lossen. Hiertoe zal elke partij: voldoende informatie verstrekken om een volledig onderzoek van de desbetreffende aangelegenheid mogelijk te maken; vertrouwelijke of geheime informatie die is uitgewisseld in de loop van het overleg zoals gevraagd door de partij die de informatie verstrekt, beschermen; en het personeel van haar overheidsdiensten of andere regelgevende instanties dat over expertise beschikt met betrekking tot de aangelegenheid die het voorwerp van het overleg is, beschikbaar stellen. 6. Het overleg is vertrouwelijk en laat de rechten van de partijen in procedures in het kader van dit hoofdstuk onverlet. 7. Het overleg vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek is gericht, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het overleg kan worden bijgewoond in persoon of worden gehouden op enige andere wijze waarover de partijen overeenstemming hebben bereikt. 8. Een door een partij voorgestelde maatregel kan voorwerp zijn van overleg in het kader van dit artikel, maar kan geen voorwerp zijn van bemiddeling overeenkomstig artikel 29.5 of de procedures voor geschillenbeslechting in het kader van afdeling C.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel