Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F

Artikel 8.27

Instelling van Gerecht

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Het krachtens deze afdeling ingestelde Gerecht doet uitspraak op overeenkomstig artikel 8.23 ingediende verzoeken. 2. Het Gemengd Comité voor de CETA wijst bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst vijftien leden van het Gerecht aan. Vijf leden van het Gerecht zijn onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, vijf zijn onderdaan van Canada13)Elke partij bij de overeenkomst kan in plaats daarvan ten hoogste vijf leden van het Gerecht van om het even welke nationaliteit voordragen. In dat geval worden de desbetreffende leden van het Gerecht beschouwd als onderdaan van de partij bij de overeenkomst die hen met het oog op de toepassing van dit artikel heeft voorgedragen. en vijf zijn onderdaan van derde landen. 3. Het Gemengd Comité voor de CETA kan besluiten het aantal leden van het Gerecht met een veelvoud van drie te verhogen of te verlagen. Voor de aanwijzing van extra leden geldt het bepaalde in lid 2. 4. De leden van het Gerecht voldoen aan alle gestelde eisen om in hun onderscheiden landen rechterlijke ambten te bekleden of staan bekend als kundige rechtsgeleerden. Zij beschikken over aantoonbare ervaring op het gebied van internationaal publiekrecht. Het is wenselijk dat zij met name op het gebied van internationaal investeringsrecht, internationaal handelsrecht en geschillenbeslechting in het kader van internationale investerings- of internationale handelsovereenkomsten over deskundigheid beschikken. 5. De overeenkomstig deze afdeling aangewezen leden van het Gerecht worden benoemd voor een ambtstermijn van vijf jaar, die éénmaal kan worden verlengd. De ambtstermijn van zeven van de vijftien leden die onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst door middel van loting worden aangewezen, bedraagt evenwel zes jaar. Vacatures worden opgevuld zodra zij ontstaan. Een lid dat wordt aangewezen ter vervanging van een lid van het Gerecht wiens ambtstermijn nog niet is geëindigd, oefent het ambt uit voor het resterende gedeelte van de ambtstermijn van zijn of haar voorganger. In beginsel kan een lid van het Gerecht dat op het tijdstip waarop zijn of haar ambtstermijn eindigt, zitting heeft in een formatie van het Gerecht, aanblijven als lid van die formatie totdat definitief uitspraak is gedaan. 6. Het Gerecht behandelt de zaken in formaties bestaande uit drie leden van het Gerecht, van wie één onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, één onderdaan van Canada en één onderdaan van een derde land is. De formatie wordt voorgezeten door het lid van het Gerecht dat onderdaan van een derde land is. 7. Binnen negentig dagen na de indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 8.23 wijst de president van het Gerecht beurtelings de leden van het Gerecht aan die deel uitmaken van de formatie van het Gerecht die de zaak behandelt, waarbij hij erop toeziet dat de samenstelling van de formaties willekeurig en niet voorspelbaar is, en dat alle leden van het Gerecht gelijke kansen hebben om als lid van een formatie te fungeren. 8. De president en de vicepresident van het Gerecht zijn verantwoordelijk voor organisatorische aangelegenheden, en worden door middel van loting voor twee jaar aangewezen uit de leden van het Gerecht die onderdaan van derde landen zijn. Zij oefenen het ambt beurtelings uit, aangewezen door middel van loting door de voorzitter van het Gemengd Comité voor de CETA. De vicepresident vervangt de president bij diens verhindering. 9. Onverminderd lid 6 kunnen de partijen bij het geschil overeenkomen dat een zaak wordt behandeld door één lid van het Gerecht dat willekeurig wordt aangewezen uit de onderdanen van derde landen. De verweerder neemt een verzoek van de eiser om behandeling van de zaak door één lid van het Gerecht in welwillende overweging, in het bijzonder wanneer de eiser een kleine of middelgrote onderneming is of wanneer de gevorderde schadeloosstelling of schadevergoeding betrekkelijk gering is. Een dergelijk verzoek wordt ingediend vóór de samenstelling van de formatie van het Gerecht. 10. Het Gerecht kan zijn eigen werkmethoden vaststellen. 11. De leden van het Gerecht zorgen ervoor dat zij beschikbaar zijn en in staat zijn om de in deze afdeling beschreven taken uit te voeren. 12. Om hun beschikbaarheid te waarborgen, ontvangen de leden van het Gerecht een maandelijks voorschot waarvan de hoogte wordt vastgesteld door het Gemengd Comité voor de CETA. 13. Het in lid 12 bedoelde voorschot wordt door beide partijen bij de overeenkomst voor gelijke delen gestort op een rekening die wordt beheerd door het secretariaat van het Icsid. Betaalt één van de partijen bij de overeenkomst het voorschot niet, dan kan de andere partij bij de overeenkomst ervoor kiezen het voorschot te betalen. Dergelijke achterstallige betalingen door een partij bij de overeenkomst blijven verschuldigd, met passende rentevergoeding. 14. Tenzij het Gemengd Comité voor de CETA een besluit neemt op grond van lid 15, worden de honoraria en kostenvergoedingen van de leden van het Gerecht die zitting hebben in een formatie die een zaak behandelt, anders dan de in lid 12 bedoelde voorschotten, vastgesteld overeenkomstig artikel 14, lid 1, van het administratief en financieel reglement van het Icsid-Verdrag zoals dit geldt op de datum van indiening van het verzoek en door het Gerecht overeenkomstig artikel 8.39, lid 5, verdeeld over de partijen bij het geschil. 15. Het Gemengd Comité voor de CETA kan bij besluit van de voorschotten en andere honoraria en kostenvergoedingen een reguliere bezoldiging maken, alsmede de modaliteiten en voorwaarden ter zake vaststellen. 16. Het secretariaat van het Icsid treedt op als secretariaat voor het Gerecht en verleent het passende ondersteuning. 17. Wanneer het Gemengd Comité voor de CETA binnen negentig dagen na de datum waarop een verzoek met het oog op geschillenbeslechting is ingediend, geen leden van het Gerecht overeenkomstig lid 2 heeft aangewezen, wijst de secretaris-generaal van het Icsid, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, een uit drie leden van het Gerecht bestaande formatie aan, tenzij de partijen bij het geschil zijn overeengekomen dat de zaak wordt behandeld door één lid van het Gerecht. De secretaris-generaal van het Icsid wijst de leden van die formatie aan door middel van willekeurige selectie uit de voorgedragen kandidaten. De secretaris-generaal van het Icsid mag als voorzitter geen onderdaan van Canada of van een lidstaat van de Europese Unie aanwijzen, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel