Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ACHT › AFDELING F

Artikel 8.28

Beroepsinstantie

Onderdeel van Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Er wordt een Beroepsinstantie ingesteld, die is belast met de toetsing van de uit hoofde van deze afdeling gedane uitspraken. 2. De Beroepsinstantie kan een uitspraak van het Gerecht bevestigen, wijzigen of vernietigen: op grond van onjuiste toepassing of uitlegging van het toepasselijke recht; op grond van kennelijk onjuiste beoordeling van de feiten, met inbegrip van kennelijk onjuiste beoordeling van de desbetreffende interne wetgeving; omde redenen vermeld in artikel 52, lid 1, onder a) tot en met e), van het Icsid-Verdrag, voor zover zij niet onder de punten a) en b) vallen. 3. De leden van de Beroepsinstantie worden aangewezen bij besluit van het Gemengd Comité voor de CETA, dat tegelijk met het in lid 7 bedoelde besluit wordt genomen. 4. De leden van de Beroepsinstantie voldoen aan de eisen bedoeld in artikel 8.27, lid 4, en handelen in overeenstemming met artikel 8.30. 5. De formatie van de Beroepsinstantie die het beroep behandelt, bestaat uit drie leden van de Beroepsinstantie die willekeurig worden aangewezen. 6. De artikelen 8.36 en 8.38 zijn van toepassing op de procedure voor de Beroepsinstantie. 7. Het Gemengd Comité voor de CETA neemt onverwijld een besluit inzake de volgende administratieve en organisatorische aangelegenheden met betrekking tot de werking van de Beroepsinstantie: de administratieve ondersteuning; de inleiding en het verloop van beroepsprocedures alsmede, waar nodig, de verwijzing van een zaak naar het Gerecht met het oog op aanpassing van de uitspraak; de voorziening in vacatures bij de Beroepsinstantie en bij de formatie van de Beroepsinstantie die een zaak behandelt; de bezoldiging van de leden van de Beroepsinstantie; de voorschriften inzake de kosten van beroepsprocedures; het aantal leden van de Beroepsinstantie; en alle andere aspecten die het noodzakelijk acht voor de doeltreffende werking van de Beroepsinstantie. 8. Het Comité voor diensten en investeringen evalueert op gezette tijden de werking van de Beroepsinstantie en kan aanbevelingen doen aan het Gemengd Comité voor de CETA. Het Gemengd Comité voor de CETA kan, indien nodig, het in lid 7 bedoelde besluit herzien. 9. Na de vaststelling van het in lid 7 bedoelde besluit: kan een partij bij het geschil binnen negentig dagen na de bekendmaking van een overeenkomstig deze afdeling gedane uitspraak daartegen beroep instellen bij de Beroepsinstantie; mag een partij bij het geschil met betrekking tot een uitspraak uit hoofde van deze afdeling niet om toetsing, vernietiging, nietigverklaring, herziening of inleiding van een andere soortgelijke procedure verzoeken; kan een op grond van artikel 8.39 gedane uitspraak niet als definitief worden beschouwd en kan geen vordering tot gedwongen tenuitvoerlegging van een uitspraak worden ingesteld zolang: niet een periode van negentig dagen is verstreken na de bekendmaking van de uitspraak van het Gerecht, zonder dat beroep is ingesteld; een ingesteld beroep niet is verworpen of ingetrokken; of niet een periode van negentig dagen is verstreken na de uitspraak van de Beroepsinstantie, zonder dat de zaak naar het Gerecht is verwezen; wordt een definitieve uitspraak van de Beroepsinstantie beschouwd als een definitieve uitspraak voor de toepassing van artikel 8.41; en is artikel 8.41, lid 3, niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel