**1.** De Raad van Bestuur van het Europees fonds voor de ondersteuning van coproductie en distributie van oorspronkelijke cinematografische en audiovisuele werken “Eurimages” is verantwoordelijk voor de follow-up van dit Verdrag.
**2.** Elke partij bij dit Verdrag die geen lid is van “Eurimages” kan vertegenwoordigd worden en één stem hebben in de Raad van Bestuur van “Eurimages” wanneer het bestuur de ingevolge het Verdrag aan haar toegewezen taken uitvoert.
**3.** Teneinde de effectieve toepassing van het Verdrag te bevorderen, kan de Raad van Bestuur van “Eurimages”:
voorstellen doen om de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken tussen de partijen te vergemakkelijken;
een standpunt innemen over elke kwestie die verband houdt met de toepassing en implementatie van dit Verdrag en in dit opzicht specifieke aanbevelingen doen aan de partijen.
**4.** Teneinde de bepalingen van de Aanhangsels I en II bij dit Verdrag te actualiseren om hun relevantie voor de gebruikelijke praktijken in de cinematografische industrie te blijven waarborgen, kan elke partij, het Comité van Ministers of de Raad van Bestuur van het Europees fonds voor de ondersteuning van coproductie en distributie van oorspronkelijke cinematografische en audiovisuele werken “Eurimages” wijzigingen voorstellen. Zij worden door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa medegedeeld aan de partijen.
**5.** Na raadpleging van de partijen kan het Comité van Ministers een overeenkomstig het vierde lid voorgestelde wijziging aannemen met de in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa voorziene meerderheid. De wijziging wordt van kracht na het verstrijken van een tijdvak van een jaar na de datum waarop deze is toegestuurd aan de partijen. Gedurende dit tijdvak kan elke partij de Secretaris-Generaal in kennis stellen van enig bezwaar tegen de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van haar.
**6.** Indien een derde van de partijen de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis stelt van een bezwaar tegen het van kracht worden van de wijziging, wordt de wijziging niet van kracht.
**7.** Indien minder dan een derde van de partijen kennisgeving heeft gedaan van bezwaar, wordt de wijziging van kracht voor de partijen die geen kennisgeving van bezwaar hebben gedaan.
**8.** Indien een wijziging overeenkomstig het vijfde tot en met zevende lid van dit artikel van kracht is geworden en een partij kennisgeving heeft gedaan van een bezwaar ertegen, wordt deze wijziging voor de desbetreffende partij van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de partij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis heeft gesteld van haar aanvaarding van de wijziging. Een partij die bezwaar heeft ingediend kan dit te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
**9.** Indien een wijziging is aanvaard door het Comité van Ministers, kan een staat of de Europese Unie zijn of haar instemming te worden gebonden door het Verdrag niet tot uitdrukking brengen zonder tegelijkertijd de wijziging te aanvaarden.
HOOFDSTUK III
Artikel 17
Follow-up van het Verdrag en wijzigingen van de Aanhangsels I en II
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake cinematografische coproductie (herzien)· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017