**1.** Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, na raadpleging van de partijen, elke staat die geen lid is van de Raad van Europa alsmede de Europese Unie uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden, door middel van een besluit dat is genomen met de meerderheid voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa en met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de verdragsluitende staten die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers.
**2.** Ten aanzien van een toetredende staat of de Europese Unie, ingeval zij toetreedt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
HOOFDSTUK III
Artikel 20
Toetreding van niet-lidstaten
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake cinematografische coproductie (herzien)· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017