**1.** Elke staat kan op het tijdstip van de ondertekening of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het grondgebied of de grondgebieden waarop dit Verdrag van toepassing is nader aangeven.
**2.** Elke partij kan, te allen tijde daarna, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander in de verklaring aangegeven grondgebied. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.
**3.** Elke ingevolge de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan ten aanzien van elk in die verklaring aangegeven grondgebied worden ingetrokken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK III
Artikel 21
Territoriale toepassing
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake cinematografische coproductie (herzien)· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017