**1.** Elke cinematografische coproductie dient te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de partijen waarin de coproducenten zijn gevestigd, na overleg tussen de bevoegde autoriteiten en in overeenstemming met de procedures vervat in Aanhangsel I. Deze bijlage vormt een integrerend onderdeel van dit Verdrag.
**2.** Aanvragen voor het verkrijgen van de coproductiestatus dienen ter goedkeuring bij de bevoegde autoriteiten te worden ingediend overeenkomstig de aanvraagprocedure vervat in Aanhangsel I. Deze goedkeuring is onherroepelijk, behalve indien de aanvankelijk aangegane verplichtingen op artistiek, financieel en technisch gebied niet worden nagekomen.
**3.** Aan projecten van duidelijk pornografische aard of projecten die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld of waarin de menselijke waardigheid openlijk wordt aangetast, kan geen coproductiestatus worden verleend.
**4.** De voordelen van de coproductiestatus worden toegekend aan coproducenten die worden geacht te beschikken over toereikende technische en financiële middelen en voldoende vakbekwaamheid.
**5.** Elke verdragsluitende staat wijst de in het tweede lid van dit artikel genoemde bevoegde autoriteiten aan door middel van een verklaring, afgelegd bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Deze verklaring kan daarna te allen tijde worden gewijzigd.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Voorwaarden voor het verkrijgen van de coproductiestatus
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake cinematografische coproductie (herzien)· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2017