Naar hoofdinhoud
1. De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand teneinde: te waarborgen dat de douanewetgeving die op hun respectieve grondgebieden van kracht is op de juiste wijze wordt nageleefd; inbreuken op de douanewetgeving te voorkomen, te onderzoeken en te bestrijden; de uitreiking te waarborgen van documenten die afkomstig zijn van de ene verdragsluitende partij en betrekking hebben op de toepassing van haar douanewetgeving op personen die woonachtig zijn of zich gevestigd hebben op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij; de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten te waarborgen. 2. Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

Rechtspraak bij dit artikel