Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 4

Verplichtingen van de verdragsluitende partijen

Onderdeel van Verdrag inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Angola· Belastingrecht

1. Dit Verdrag laat verplichtingen die voortvloeien uit bestaand of toekomstig internationaal recht en uit wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen ten uitvoer te leggen, onverlet. 2. Voor het Koninkrijk der Nederlanden vloeien deze verplichtingen met name voort uit de wetgeving van de Europese Unie en internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie. 3. Voor de Republiek Angola vloeien deze verplichtingen met name voort uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Ontwikkelingsgemeenschap voor Zuidelijk Afrika. 4. Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte verdragsluitende partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is vermelden. 5. Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

Rechtspraak bij dit artikel