**1.** Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de ene partij zijn afgegeven of gelijkgesteld en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits de vereisten voor de afgifte of voor de gelijkstelling van deze bewijzen en vergunningen ten minste gelijkwaardig zijn aan of zwaarder zijn dan de in overeenstemming met het Verdrag van Chicago vastgestelde minimumeisen.
**2.** Elke partij behoudt zich evenwel het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, aan haar eigen onderdanen door de andere partij afgegeven of gelijkgesteld, voor vluchten boven haar eigen grondgebied of voor landingen daarop te weigeren.
Artikel 6
Erkenning van Bewijzen en Vergunningen
Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Colombia· Vervoersrecht