Naar hoofdinhoud
1. Elke partij kan te allen tijde verzoeken om overleg inzake door de andere partij gehanteerde veiligheidsnormen met betrekking tot vliegtechnische installaties en diensten, bemanning, luchtvaartuigen en hun exploitatie. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na de indiening van dat verzoek. 2. Indien een partij na dergelijk overleg oordeelt dat de andere partij op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde gebieden niet op doeltreffende wijze operationele veiligheidsnormen handhaaft en toepast die voldoen aan de krachtens het verdrag van Chicago geldende normen, stelt de eerstgenoemde partij de andere partij in kennis daarvan alsmede van de noodzakelijk geachte stappen om te voldoen aan de normen van de ICAO. De andere partij dient alsdan passende corrigerende maatregelen te nemen binnen een overeengekomen termijn. 3. Conform artikel 16 van het verdrag van Chicago wordt voorts overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat door of namens een luchtvaartmaatschappij van de ene partij wordt geëxploiteerd op diensten naar of van het grondgebied van de andere partij, terwijl het zich op het grondgebied van deze partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door de bevoegde vertegenwoordigers van de andere partij, mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging. Onverminderd de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het verdrag van Chicago beoogt die inspectie de controle van de geldigheid van de relevante documenten van het luchtvaartuig, van de vergunningen van zijn bemanning alsmede te controleren of de uitrusting en de toestand van het luchtvaartuig voldoen aan de geldende normen, vastgesteld ter uitvoering van het Verdrag van Chicago. 4. Indien onverwijld ingrijpen is geboden voor het waarborgen van de operationele veiligheid van een luchtvaartmaatschappij, behoudt elke partij zich het recht voor de exploitatievergunning van een of meer luchtvaartmaatschappijen van de andere partij onmiddellijk te schorsen of te wijzigen. 5. Een door een partij conform het vierde lid van dit artikel getroffen maatregel wordt beëindigd zodra de aanleiding voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan. 6. Indien, met betrekking tot het tweede lid van dit artikel, wordt vastgesteld dat een partij na afloop van de overeengekomen termijn nog steeds niet voldoet aan de ICAO-normen, zou dit feit ter kennis gebracht dienen te worden van de Secretaris-Generaal van de ICAO. Een bevredigende oplossing van deze situatie dient eveneens ter kennis van laatstgenoemde te worden gebracht. 7. Een partij treft geen daadwerkelijke maatregelen bestaande uit weigering, intrekking of schorsing van, dan wel het stellen van nadere voorwaarden aan vergunningen verleend aan een of meer door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen, voor zover bedoelde luchtvaartmaatschappijen ten genoegen van de autoriteiten van de eerste partij aantonen dat zij voldoen aan de internationale standaarden die de veiligheid van hun operaties waarborgen, zulks door middel van internationale certificeringen inzake operationele veiligheid, vastgesteld door de ICAO.

Rechtspraak bij dit artikel