**1.** Het is de ambtenaar van de zendstaat toegestaan om bij het uitoefenen van de hem toegekende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 36, 37 en 38 van dit Verdrag, en met inachtneming van artikel 34, tweede lid, en artikel 35, eerste lid, dwang of geweld uit te oefenen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn taak.
**2.** Het is de ambtenaar van de zendstaat eveneens toegestaan dwang of geweld te gebruiken indien hij zich op het grondgebied van de gaststaat in een situatie van wettige verdediging van zichzelf of van een ander bevindt.
**3.** De ambtenaar van de zendstaat kan bij de uitoefening van dwang of geweld zoals bedoeld in het eerste en tweede lid gebruik maken van de volgens artikel 39, eerste lid, van dit Verdrag toegestane wapens en munitie, en handelt daarbij in overeenstemming met de geweldsinstructies en het nationale recht van de gaststaat.
**4.** Het afvuren van een vuurwapen als bedoeld in het derde lid, door een ambtenaar van de zendstaat is enkel toegestaan in het geval van een ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging van zichzelf of van een ander.
**5.** Aan het uitoefenen van geweld gaat, indien mogelijk en gepast, een waarschuwing vooraf.
**6.** De ambtenaar van de zendstaat die dwang of geweld heeft gebruikt, of diens operationele leidinggevende, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan de bevoegde autoriteit van de gaststaat, indien en voor zover het recht van de gaststaat een dergelijke verplichting aan zijn eigen ambtenaren oplegt.
TITEL 5
Artikel 40
Gebruik van dwang en geweld
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023