**1.** De vrijheidsberoving van personen die vervoerd of begeleid worden op basis van artikel 25 van dit Verdrag mag door de ambtenaren van de zendstaat gedurende de volledige duur van het transport verdergezet worden op grond van de titel op basis waarvan deze personen van hun vrijheid werden beroofd in het land waar de begeleiding of het vervoer wordt aangevat. Indien de betrokken personen niet reeds van hun vrijheid werden beroofd, kunnen de ambtenaren van de zendstaat hen bij de aanvang van het optreden van hun vrijheid beroven en deze vrijheidsberoving gedurende de volledige duur van het transport verderzetten op grond van een in het land van bestemming geldige titel voor vrijheidsberoving.
**2.** Een ambtenaar van de bevoegde diensten die gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 32 van dit Verdrag omdat de inrichting van de verkeersinfrastructuur het onmogelijk maakt om zich met zijn voertuig verder te verplaatsen op het eigen grondgebied zonder het verkeersreglement te overtreden, en daarbij een persoon vervoert die rechtmatig van zijn vrijheid werd beroofd, mag deze vrijheidsberoving verderzetten tijdens zijn doortocht op het grondgebied van de gaststaat.
**3.** Een ambtenaar van de bevoegde diensten die gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 32 van dit Verdrag omdat de inrichting van de verkeersinfrastructuur het onmogelijk maakt om zich met zijn voertuig verder te verplaatsen op het eigen grondgebied zonder het verkeersreglement te overtreden, mag daarbij alle goederen vervoeren die hij rechtmatig mag vervoeren op het eigen grondgebied.
**4.** Indien een doortocht over het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, zoals bedoeld in artikel 32 van dit Verdrag, de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in het tweede en derde lid van onderhavig artikel met zich meebrengt, dan wordt deze doortocht vóór het overschrijden van de grens gemeld aan de bevoegde diensten van de gaststaat.
**5.** De in het eerste en tweede lid bedoelde vrijheidsberoving wordt uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht van de Verdragsluitende Partij op wier nationale recht de vrijheidsberoving tijdens de begeleiding of het vervoer gebaseerd is.
TITEL 5
Artikel 41
Bevoegdheid inzake vrijheidsberoving en inbeslagname bij begeleiding, transporten en overpad
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023