Naar hoofdinhoud
1. Indien de verzoekende Staat ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Staat noodzakelijk acht, dient hij de aard en inhoud van de gewenste steun te vermelden onder C. „OPMERKINGEN” van het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht. 2. In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bericht de aangezochte Staat of hij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning. Zo nodig vindt hierover nader overleg plaats tussen de Partijen. 3. Indien de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Staat wordt begeleid, geschieden de bewaking en het eventueel aan boord brengen onder het gezag en, voor zover mogelijk, met ondersteuning van deze Staat.

Rechtspraak bij dit artikel