**1.** Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten en deze aanwijzing in te trekken of te wijzigen. Deze kennisgevingen geschieden langs diplomatieke weg.
**2.** Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van de aanvraag van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen, verleent elke partij de desbetreffende exploitatievergunning met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:
de aangewezen luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de aanwijzende partij;
de daadwerkelijke controle of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft wordt uitgevoerd en gehandhaafd door de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst;
de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 7 (Veiligheid) en artikel 8 (Beveiliging van de luchtvaart) vervatte bepalingen naleeft; en
de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanwijzing ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtvervoerdiensten.
**3.** Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.
Artikel 3
Aanwijzing en verlening van vergunningen
Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en de Federale Republiek Brazilië· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021