Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Weigering, intrekking en beperking van vergunningen

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en de Federale Republiek Brazilië· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021

1. De luchtvaartautoriteiten van elke partij hebben het recht de in artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag vermelde vergunningen voor een door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren en deze in te trekken, te schorsen of hieraan voorwaarden te verbinden, hetzij tijdelijk, hetzij permanent, wanneer: niet bewezen kan worden dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst; of de daadwerkelijke controle of de aangewezen luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft niet wordt uitgevoerd en gehandhaafd door de partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen; of de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 7 (Veiligheid) en artikel 8 (Beveiliging van de luchtvaart) vervatte bepalingen niet naleeft; of de aangewezen luchtvaartmaatschappij niet in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanwijzing ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtvervoerdiensten. 2. Tenzij onmiddellijke intrekking, schorsing of oplegging van de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden essentieel is om verdere inbreuken op wetten en voorschriften, of van de bepalingen van dit Verdrag te voorkomen, worden dergelijke rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere partij. Dergelijk overleg vindt plaats vóór het verstrijken van dertig (30) dagen na het verzoek van een partij, tenzij beide partijen anders overeenkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel