Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze Overeenkomst hebben de onderstaande begrippen de volgende betekenis: Toegang: het recht van kandidaten die een studie hebben gevolgd en een diploma of graad hebben behaald om toelating tot het hoger onderwijs aan te vragen en hiervoor in aanmerking te komen. Accreditatie: een beoordelingsproces dat is uitgevoerd door een bevoegde autoriteit en waarmee een programma op het gebied van hoger onderwijs of instelling voor hoger onderwijs erkend of gecertificeerd kan worden door aan passende normen voor kwaliteitsborging te voldoen. Toelating: de handeling die of het stelsel dat het mogelijk maakt dat houders van kwalificaties een studie in het hoger onderwijs aan een bepaalde instelling en/of via een bepaald programma volgen. Leven lang leren: alle leeractiviteiten door middel van formele, niet-formele of informele studies die gedurende het hele leven ontplooid worden en met als doel kennis, vaardigheden en competentie te verbeteren. Open en afstandsonderwijs: manieren om hoger onderwijs aan te bieden via diverse vormen van scholing via persoonlijk contact, leren op afstand of niet-traditionele manieren van opleiding met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologieën (ICT), of een combinatie van het voorgaande. Eerder verworven competenties: de kennis, vaardigheden en competentie die een persoon heeft opgedaan door formeel, niet-formeel of informeel leren, beoordeeld aan de hand van een gegeven reeks leerresultaten of normen. Formeel leren: scholing opgebouwd uit activiteiten binnen een gestructureerde leeromgeving die worden aangeboden door een onderwijsinstelling die gemachtigd is deze leeractiviteiten aan te bieden. Informeel leren: scholing door dagelijkse activiteiten die verband houden met werk, familie of ontspanning of andere informele activiteiten. Niet-formeel leren: scholing binnen het kader van een onderwijs- of opleidingsinstelling die niet tot een formeel onderwijsstelsel behoort. Kwaliteitsborging: een voortdurend en participatief proces van het beoordelen en verbeteren van de kwaliteit van een stelsel, instelling of programma op het gebied van hoger onderwijs door middel van aanvaardbare kwaliteitsnormen. Bevoegde erkenningsautoriteiten: gouvernementele of niet-gouvernementele organen met bevoegdheden in het hoger onderwijs die officieel zijn erkend in overeenstemming met specifieke regelgeving, en die gemachtigd zijn om beslissingen te nemen over de erkenning van studies, diploma’s en graden die in het buitenland zijn behaald. Kwalificatie die toegang geeft tot het hoger onderwijs: elke graad, elk diploma of ander getuigschrift die of dat is afgegeven door de bevoegde instanties in het land van oorsprong waaruit de voltooiing van een onderwijsprogramma blijkt en de houder van de kwalificatie het recht geeft in aanmerking te komen voor toelating tot het hoger onderwijs. Secundair onderwijs: de fase van studies van welke aard dan ook, zoals omschreven door een staat die partij is, onmiddellijk voorafgaand aan het hoger onderwijs en die toereikend is om naar het hoger onderwijs te gaan. Hoger onderwijs: elke vorm van scholing en onderzoek na het niveau van het secundair onderwijs, als zodanig wettelijk erkend, met inbegrip van universitair onderwijs en diverse vormen van tertiair onderwijs. Tot dit niveau kan iedereen toegang verkrijgen met de competenties die vereist zijn voor hoger onderwijs, ondersteund door een diploma, graad of getuigschrift verkregen na voltooiing van het secundair onderwijs of door andere mechanismen voor dit doel als vastgesteld door de betrokken staat die partij is. Beoordeling van instellingen of programma's: het proces waarin de kwaliteit van het onderwijs van een instelling of programma op het gebied van hoger onderwijs wordt bepaald. Beoordeling van kwalificaties: de schriftelijke evaluatie door een bevoegde instantie van de certificering van buitenlandse kwalificaties behaald door een persoon. Instelling voor hoger onderwijs: een instelling die hoger onderwijs verzorgt en door de bevoegde autoriteiten van een staat die partij is, is erkend als deel uitmakend van zijn stelsel van hoger onderwijs en die gemachtigd is diploma's, graden en getuigschriften af te geven op het niveau van hoger onderwijs. Kwalificatiekader: een systeem voor de classificatie, publicatie en organisatie van kwalificaties van een hoog niveau aan de hand van een reeks criteria. Academische mobiliteit: de verplaatsing van personen buiten hun eigen land met als doel te studeren, onderzoek te verrichten, te doceren of andere academische activiteiten te verrichten. Studietijdvak: elke component van een programma voor hoger onderwijs die is geëvalueerd en gedocumenteerd en waarmee, hoewel op zichzelf geen volledig studieprogramma, een aanzienlijke mate van kennis of vaardigheden wordt verworven. Vluchteling: elke persoon die zich uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, bevindt buiten het land waarvan hij of zij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, vanwege bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij of zij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij of zij vroeger zijn of haar gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, vanwege bovenbedoelde vrees, wil terugkeren. Ontheemde personen: personen of groep personen die zijn gedwongen of zich genoodzaakt zien om hun huis of gewone verblijfplaats te verlaten, met name als gevolg van of om te ontkomen aan de gevolgen van gewapende conflicten, een toestand van algemeen geweld, schendingen van mensenrechten of natuurlijke of door mensen veroorzaakte rampen, en die niet een internationaal erkende staatsgrens zijn overgestoken. Erkenning: een administratieve handeling door een bevoegde erkenningsautoriteit ter onderschrijving, binnen het regelgevingskader van elke staat die partij is, van de officiële status en het academisch niveau en de waarde van een diploma, graad of getuigschrift van een buitenlandse onderwijskwalificatie of van eerder verworven competenties of van deelstudies; door deze handeling ontstaan er academische rechten die gelijk zijn aan de rechten van nationale onderdanen met soortgelijke diploma's, graden of getuigschriften; deze rechten hebben betrekking op: het voortzetten van studies; de betrokkenheid bij het geven van academisch onderwijs of onderzoeksactiviteiten op het niveau van het hoger onderwijs; het vergemakkelijken van de erkenning van beroepskwalificaties voor gebruik in overeenstemming met de nationale wetgeving. Leerresultaten: beschrijving van hetgeen een persoon geacht wordt te kennen, te begrijpen en aan te kunnen tonen na het afronden van een leerproces. Studiepuntenstelsel: een gereguleerde wijze van het beschrijven van een onderwijsprogramma door het toekennen van studiepunten aan de onderdelen ervan, gebaseerd op verschillende parameters, zoals de studielast van de student, leerresultaten en persoonlijke contacturen. Diplomasupplement: een referentiedocument waarin een omschrijving wordt gegeven van de aard, het niveau, de context, de inhoud en de status van de studie die met succes is afgerond door de persoon van wie de naam op het originele diploma staat vermeld waaraan het supplement is gehecht. Graad, getuigschrift of diploma: een document dat een officieel bewijs vormt van de kwalificaties die een persoon heeft behaald na het doorlopen van een deel van een opleiding of een volledige opleiding.

Rechtspraak bij dit artikel