Naar hoofdinhoud
De staten die partij zijn verbinden zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de in dit artikel II vervatte doelstellingen geleidelijk te verwezenlijken, in samenwerking met andere staten die partij zijn in de regio door middel van bilaterale, sub-regionale of regionale overeenkomsten, teneinde: studies, diploma's en graden in de landen van de Latijns-Amerikaanse en de Caraïbische regio te erkennen onder de voorwaarden van deze Overeenkomst en de specifieke regelgeving van elk land; academische mobiliteit tussen de staten die partij zijn te bevorderen; de harmonisatie van hoger onderwijsstelsels voor de erkenning van studies, diploma's en graden te bevorderen en de erkenning van beroepskwalificaties voor gebruik in overeenstemming met de nationale wetgeving te vergemakkelijken; waar mogelijk de voorwaarden voor toelating tot gemachtigde of erkende instellingen voor hoger onderwijs te harmoniseren, om een gelijkwaardige en inclusieve toegang te waarborgen en academische mobiliteit tussen staten die partij zijn te bevorderen; het gezamenlijk gebruik van de beschikbare bronnen voor hoger onderwijs te waarborgen, geleid door de beginselen van transparantie, kwaliteit en wederzijds vertrouwen, door bij te dragen aan de veelomvattende ontwikkeling van alle volkeren van de regio door middel van hun instellingen voor onderwijs, onderzoek, innovatie en globalisering. Hiertoe nemen zij maatregelen om: door middel van het diplomasupplement of door middel van een soortgelijk instrument, overeenkomstige terminologie, prestatieniveaus en classificaties aan te nemen, met inbegrip van de International Standard Classification of Education (ISCED) van UNESCO en de door UNESCO goedgekeurde herzieningen, om de invoering van een systeem voor het vergelijken van studies te vergemakkelijken; de vergelijkbaarheid van beroepsprofielen te stimuleren om academische mobiliteit en erkenning in de staten die partij zijn te vergemakkelijken; de vergelijkbaarheid van studietijdvakken waaraan een kwalificatie verbonden is te stimuleren om academische mobiliteit en erkenning in de staten die partij zijn te bevorderen; samenwerkingsmechanismen in te stellen bedoeld om kwaliteitsborgingsagentschappen en -organen op te richten, indien deze nog niet bestaan, bestaande kwaliteitsborgingsagentschappen en -organen te versterken en om te werken aan accreditatiesystemen en -criteria voor instellingen en programma’s voor hoger onderwijs die door alle staten die partij zijn erkend kunnen worden; te werken aan het koppelen van nationale, regionale en mondiale kwaliteitsborgingssystemen; rekening te houden met geldende nationale wetgeving en om, met betrekking tot toelating tot verdere studies, een dynamische benadering te hanteren die rekening houdt met de kennis, vaardigheden en academische en professionele capaciteiten die blijkt uit diploma's, graden en getuigschriften en eerder verworven competenties, gebaseerd op een holistische visie op onderwijs; de voorwaarden vast te stellen voor de tijdige erkenning van studies, diploma's en graden om het volgen van studies, het doceren op academisch niveau en onderzoekswerk mogelijk te maken, rekening houdend met de wetgeving van elke staat die partij is met betrekking tot kwaliteit die gecertificeerd wordt door middel van nationale systemen van beoordeling en accreditatie in het hoger onderwijs; de erkenning van diploma's en graden te vergemakkelijken om op de arbeidsmarkt te worden gebruikt in overeenstemming met de nationale wetgeving; de uitwisseling te vergemakkelijken van informatie en documentatie over onderwijs, wetenschappen, kunsten, technologie en innovatie en over nationale en regionale processen voor beoordeling en accreditatie, die kunnen bijdragen aan de uitvoering van deze Overeenkomst; inclusieve en gelijkwaardige toegang tot hoogwaardig hoger onderwijs aan te moedigen en mogelijkheden voor een leven lang leren voor iedereen te ondersteunen; interregionale en intraregionale samenwerking te bevorderen om de erkenning van studies, diploma’s en graden te vergemakkelijken; academische mobiliteit van gekwalificeerde personen in de regio aan te moedigen, wat bijdraagt aan de algehele ontwikkeling van volkeren en staten die partij zijn, zodat een vlotte uitwisseling van kennis en vaardigheden mogelijk wordt; nationale organen die verantwoordelijk zijn voor de effectieve invoering van deze Overeenkomst in te stellen of te versterken alsmede de samenwerking daarvan met soortgelijke organen in de regio.

Rechtspraak bij dit artikel