Naar hoofdinhoud

Artikel XXI

Geüniformeerde troepen

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Management Agentschap· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juni 2024

1. Wanneer, in antwoord op een verzoek om bijstand van een getroffen deelnemende staat, leden van de geüniformeerde troepen van een andere deelnemende staat naar enig deel van het grondgebied van de verzoekende staat worden gezonden, wijst de uitvoerend directeur, met inachtneming van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat, een speciale coördinator aan uit de leidinggevende officieren van dergelijke troepen na raadpleging van de leiding of bevelvoerende officieren van de betreffende geüniformeerde troepen. 2. De speciale coördinator wordt belast met de taak de noodhulp te coördineren die geleverd wordt door de geüniformeerde troepen in de getroffen deelnemende staat. 3. Er worden geen leden van de geüniformeerde troepen van een deelnemende staat gezonden naar het grondgebied van een getroffen deelnemende staat zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van die staat. 4. Tenzij anders overeengekomen tussen de verzoekende staat en de zendstaat staan leden van de geüniformeerde troepen van de zendstaat onder het bevel en tuchtrechtelijk toezicht van hun bevelvoerende officier.

Rechtspraak bij dit artikel