**1.** Met inachtneming van het tweede lid behoren de algehele leiding en coördinatie van en de controle en het toezicht op de bijstand die naar een verzoekende staat wordt gezonden op zijn grondgebied tot de verantwoordelijkheid van de verzoekende staat.
**2.** Wanneer bij de bijstand van een zendstaat ander personeel dan geüniformeerde troepen betrokken is, wijst de zendstaat in overleg met de verzoekende staat de persoon aan die de leiding en het onmiddellijke operationeel toezicht heeft over het personeel, de uitrusting en voorraden die hij heeft verstrekt. De aldus aangewezen persoon voert dit toezicht uit in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat.
**3.** De verzoekende staat verstrekt voor zover binnen zijn mogelijkheden ligt, lokale faciliteiten en diensten voor de goede en efficiënte administratie van bijstand op het gebied van communicatie. De verzoekende staat zorgt er met name voor dat eventuele grondstations die zijn grondgebied worden binnengebracht voor het verlenen van bijstand over de juiste vergunningen beschikken om informatie te zenden en te ontvangen in overeenstemming met zijn nationale wet- en regelgeving.
**4.** Tenzij anders overeengekomen blijft de eigendom van uitrusting en materialen die door een zendstaat naar een verzoekende staat worden gezonden tijdens perioden waarin bijstand wordt verleend onaangetast en wordt de onverwijlde terugkeer ervan op verzoek van de zendstaat gefaciliteerd.
**5.** De verzoekende staat waarborgt de bescherming van personeel, uitrusting en materialen die zijn grondgebied worden binnengebracht met het oog op het verlenen van bijstand wanneer zich een ramp heeft voorgedaan.
Artikel XXII
Leiding en controle van de bijstand
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Management Agentschap· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 4 juni 2024