Naar hoofdinhoud
1. De Partijen bij deze Verklaring komen bij dezen een gemeenschappelijk kader overeen voor de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane 5 en de huidige Vega, die aansluit op het kwalificatieproces zoals omschreven in het in de preambule bedoelde Referentiekader, omvat de vervaardiging van de desbetreffende lanceervoertuigen en hun integratie, lanceeroperaties en marketingactiviteiten. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane 6 en Vega C omvat de desbetreffende vervaardiging van het lanceervoertuig, de integratie van het lanceervoertuig, lanceeroperaties en marketingactiviteiten en alle activiteiten die nodig zijn om het lanceersysteem in overeenstemming te houden met de respectieve herziene exploitatieovereenkomsten voor Ariane en Vega. 2. De waarborg van een beschikbare, betrouwbare en onafhankelijke toegang tot de ruimte voor Europa tegen betaalbare voorwaarden is en blijft voor de Partijen bij deze Verklaring een essentiële doelstelling. 3. Gegarandeerde toegang tot de ruimte wordt gewaarborgd door i. door de Europese industrie ontwikkelde en geproduceerde lanceervoertuigen, die hoofdzakelijk ontworpen zijn om te voorzien in de Europese behoefte aan institutionele missies, ii. een operationele Europese lanceerbasis en iii. Europese industriële capaciteit. 4. De exploitatiefase van de lanceervoertuigen wordt voor vreedzame doeleinden uitgevoerd in overeenstemming met het Verdrag inzake de kosmische ruimte en het ESA-Verdrag. 5. De Partijen bij deze Verklaring besluiten de uitvoering van de exploitatiefase van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd toe te vertrouwen: wat betreft Ariane 5, de huidige Vega en Sojoez die vanaf CSG worden geëxploiteerd, aan Arianespace (hierna te noemen de „leverancier van lanceerdiensten”) in overeenstemming met de rollen en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in het in de preambule bedoelde Referentiekader, en wat betreft Ariane 6, aan de leverancier van lanceerdiensten alsmede aan de hoofdaannemer van het lanceersysteem die onder andere verantwoordelijk zal zijn voor de vervaardiging en integratie van het Ariane 6-lanceervoertuig en die, als aandeelhouder of leverancier van de leverancier van lanceerdiensten, de risico’s draagt die voortvloeien uit de commerciële exploitatie van Ariane 6, en wat betreft Vega C, aan de leverancier van lanceerdiensten alsmede aan de hoofdaannemer van het lanceersysteem die onder andere verantwoordelijk zal zijn voor de vervaardiging en integratie van het Vega C-lanceervoertuig en die, als aandeelhouder of leverancier van de leverancier van lanceerdiensten, de risico's draagt die voortvloeien uit de commerciële exploitatie van Vega C. Het Agentschap heeft daartoe de LEA gesloten en komt wijzigingen daarvan overeen zoals voorzien in onderstaand artikel III. 6. Bij de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen wordt rekening gehouden met de geografische verdeling van de industriële werkzaamheden die voortvloeien uit de relevante ontwikkelingsprogramma’s die door het Agentschap worden uitgevoerd, met inachtneming van de specifieke bepalingen van de relevante exploitatieovereenkomsten voor elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die gesloten zullen worden tussen de Staten die deelnemen aan het desbetreffende ontwikkelingsprogramma voor het lanceervoertuig van het Agentschap, zoals bedoeld in de preambule, en van de bepalingen van de overeenkomsten tussen ESA en de leverancier van lanceerdiensten zoals voorzien in het onderstaande artikel III. 7. De Europese lanceerbasis wordt bedrijfsklaar gehouden opdat de Partijen bij deze Verklaring te allen tijde toegang tot de ruimte kunnen krijgen. De Partijen verplichten zich van hun zijde bij te dragen aan de financiering van de CSG-lanceerbasis in overeenstemming met specifieke overeenkomsten. 8. De Partijen bij deze Verklaring: houden bij het opstellen en uitvoeren van hun nationale programma’s rekening met de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG geëxploiteerd wordt en nemen de compatibiliteit van hun nationale missies met het gebruik van door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen in aanmerking, dragen bij aan het instellen van een kader in overeenstemming met het onderstaande negende lid, propageren een dergelijk kader bij andere Europese staten en bij alle Europese organisaties waarvan zij lid zijn of overige internationale programma’s waarbij zij betrokken zijn, uitgezonderd wanneer een dergelijk gebruik in vergelijking met het gebruik van andere lanceervoertuigen of ruimtetransportsystemen die op het voorziene tijdstip beschikbaar zijn een onredelijk nadeel oplevert ten aanzien van de kosten, betrouwbaarheid of geschiktheid voor de missie. Voor het gebruik van de lanceervoertuigen hanteren de Partijen de volgende prioritaire volgorde: door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, boven lanceringen van missies met lanceervoertuigen die niet door ESA zijn ontwikkeld, overige lanceervoertuigen. 9. De Partijen bij de Verklaring komen overeen gezamenlijk steun te verlenen aan het instellen van een kader voor het verwerven van lanceerdiensten voor Europese institutionele programma’s en voor het garanderen van gelijke concurrentievoorwaarden voor Europa op de wereldwijde markt voor lanceerdiensten. Dankzij dit kader worden verschillende Europese institutionele actoren in staat gesteld concurrerende door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen te gebruiken als een collectieve hoge prioriteit en als individueel voordeel en te overwegen een aantal lanceringen per jaar vast te leggen. 10. Ten aanzien van verkopen van lanceerdiensten geleverd door een van de lanceersystemen die het voorwerp van deze Verklaring zijn, aan een Staat die geen lid van het Agentschap is of aan een afnemer die niet onder de rechtsmacht van een lidstaat van het Agentschap valt: komen de Partijen overeen een Commissie in te stellen, hierna te noemen de „Verkoopcontrolecommissie”, die de verkoopcontrolecommissie die is ingesteld ingevolge de in de preambule bedoelde Verklaring inzake de productiefase van de Ariane opvolgt, en die de bevoegdheid heeft vast te stellen of een voorgenomen verkoop van een lancering een gebruik betreft dat indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. De Verkoopcontrolecommissie bestaat uit een vertegenwoordiger van elk van de Partijen bij de Verklaring. De leden van de Verkoopcontrolecommissie worden door de Directeur-Generaal van het Agentschap op de hoogte gehouden van de voorgenomen verkopen van lanceerdiensten door de leverancier van lanceerdiensten aan Staten die geen lid zijn van het Agentschap of aan afnemers die onder de rechtsmacht van zulke Staten vallen. De bijeenroeping van de Verkoopcontrolecommissie geschiedt als volgt: een derde van de leden kan verzoeken om een bijeenkomst op grond van het feit dat het gebruik van een lanceervoertuig indruist tegen het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring. Dit verzoek dient te worden gedaan niet later dan vier weken nadat de leden van de Verkoopcontrolecommissie zijn ingelicht omtrent het voorgestelde contract. De Verkoopcontrolecommissie dient vervolgens binnen twee weken te worden bijeengeroepen. Uiterlijk binnen vier weken daarna kan de commissie besluiten de voorgenomen verkoop van een lancering te verbieden op grond van het feit dat deze onverenigbaar is met het bepaalde in artikel I.4 van deze Verklaring, welk besluit met een tweederdemeerderheid van de stemmen van haar leden wordt genomen. Dit besluit is bindend voor de leverancier van lanceerdiensten. Bij de uitoefening van de bevoegdheden die Frankrijk bezit krachtens het Verdrag inzake de kosmische ruimte, verplicht Frankrijk zich de noodzakelijke maatregelen te nemen ter verzekering van de juiste uitvoering van de door de Verkoopcontrolecommissie genomen besluiten tot verbod van verkoop. Onverminderd de daaruit ingevolge deze Verklaring voortvloeiende verplichtingen behoudt een Partij het recht te verklaren dat zij om niet nader te noemen redenen geen bemoeienis wenst te hebben met een bepaalde lancering. Indien een Partij van oordeel is dat de verkoop van een lancering onverenigbaar is met haar instemming met deze Verklaring, dient zij dit, na het door haar noodzakelijk geachte overleg, ter kennis van de Directeur-Generaal van het Agentschap te brengen. Indien, nadat de Directeur-Generaal de leverancier van lanceerdiensten heeft ingelicht, de verkoop doorgang heeft, kan de Partij onmiddellijk haar instemming met deze Verklaring schorsen met betrekking tot de verkoop in kwestie, op voorwaarde dat zij het Agentschap en de andere Partijen binnen één maand officieel daarvan in kennis stelt en dat zij de verplichtingen nakomt die zij met betrekking tot andere verkopen op zich heeft genomen. De Partij doet al het mogelijke om de voor de exploitatie van het lanceervoertuig gebruikte nationale bezittingen en intellectuele-eigendomsrechten als omschreven in het onderstaande artikel I.11 beschikbaar te stellen en, wanneer zij dit heeft gedaan, verzet zich niet tegen het gebruik ervan, met inbegrip van in het geval van het bovenstaande lid b. Mocht de betrokken Partij bezwaar hebben tegen het beschikbaar stellen, ten behoeve van de lancering in kwestie, van de door haar binnenlandse industrie vervaardigde uitrusting en subsystemen, dan is zij verplicht naar vermogen te bevorderen dat de vervaardiging van de desbetreffende goederen wordt overgedragen aan de industrieën van de andere Partijen, en mag zij zich in geen geval verzetten tegen de vervaardiging van de betrokken goederen door de industrieën van de andere Partijen. De Verkoopcontrolecommissie stelt haar reglement van orde vast. 11. De Partijen bij deze Verklaring doen al het mogelijke om, wanneer zulks noodzakelijk is ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, aan de leverancier van lanceerdiensten ter beschikking te stellen: op financiële voorwaarden die zijn beperkt tot de daaruit voortvloeiende kosten, de bezittingen die eigendom zijn van bepaalde Partijen bij deze Verklaring en die zijn gebruikt voor de ontwikkelingsprogramma’s van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en voor het programma voor het Sojoez-lanceervoertuig op het CSG, uitgezonderd de CSG-lanceerbasis, waarop de bijzondere bepalingen van artikel I.7 van toepassing zijn; kosteloos, de hun toekomende rechten ter zake van de intellectuele eigendom, voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en uit het programma voor het Sojoez-lanceervoertuig op het CSG; kosteloos, toegang tot technische informatie die voortvloeit uit de genoemde programma’s onder de voorwaarden voor de bescherming van gegevens bedoeld in onderstaand artikel III.1.h. 12. De Partijen bij deze Verklaring doen al het mogelijke om ESA en de leverancier van lanceerdiensten de noodzakelijke bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking voor de lanceervoertuigen Ariane 5, de huidige Vega en Sojoez die vanaf CSG worden geëxploiteerd. Met betrekking tot Ariane 6 en Vega C doen zij al het mogelijke om activiteiten op het gebied van de industriële kwaliteitsbewaking te ondernemen of te ondersteunen bij industriële leveranciers onder hun rechtsmacht en in het geval deze activiteiten worden uitgevoerd buiten het ESA-kader, om ESA op regelmatige basis te informeren over en onverwijld in kennis te stellen van kritische kwesties die zijn vastgesteld gedurende het uitvoeren van deze activiteiten. 13. Indien, in verband met een verkoop voor de export, het wenselijk blijkt bijzondere regelingen te treffen inzake garanties en exportfinanciering, plegen de Partijen onderling overleg om vast te stellen op welke wijze aan een zodanig verzoek kan worden voldaan op basis van het beginsel van billijke verdeling van het risico en de financiering naar rato van de deelneming aan de exploitatie zoals omschreven in de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten. 14. De Partijen komen overeen onderling overleg te plegen omtrent de maatregelen die moeten worden genomen indien zich grote wijzigingen voordoen wat betreft de structuur, het bestuur en de kenmerken van de leverancier van lanceerdiensten of in geval van voorvallen die van grote invloed zijn op zijn zakelijke activiteiten of op de toekomst van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd.

Rechtspraak bij dit artikel