De Partijen bij deze Verklaring:
Nodigen het Agentschap uit te waarborgen dat i. de bepalingen van deze Verklaring worden nageleefd en toegepast en dat de rechten van de Partijen worden gewaarborgd gedurende de exploitatie van alle door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van de Sojoez die vanaf CSG wordt geëxploiteerd, ii. erop toe wordt gezien dat de activiteiten verricht door de leverancier van lanceerdiensten, de hoofdaannemers van het lanceersysteem en hun leveranciers gedurende de exploitatiefase van:
Ariane 5 en de huidige Vega de kwalificatie van de lanceersystemen, met inbegrip van de bijbehorende faciliteiten niet tot voorwerp van discussie maken; en
Ariane 6 en Vega C voldoen aan respectievelijk de exploitatieovereenkomsten voor Ariane en Vega.
Nodigen het Agentschap uit door middel van een besluit van de Raad in te stemmen met het mandaat dat hem uit hoofde van deze Verklaring is verleend, in overeenstemming met artikel V.2 van het ESA-Verdrag;
Nemen er nota van dat wat betreft de exploitatiefase van de Ariane 5-, Sojoez- en huidige Vega-lanceervoertuigen, het Agentschap de LEA met Arianespace heeft gesloten zoals voorzien in artikel III van de Verklaring van 2007 en overeenkomstig de in die Verklaring vervatte beginselen. Ten behoeve van het verlengen van deze exploitatie na 2020 en het implementeren van bepalingen voor het uitvoeren van de exploitatiefase van Ariane 6 en Vega C, nodigen de Partijen het Agentschap uit wijzigingen van de LEA overeen te komen, zoals voorzien in onderstaand artikel III en overeenkomstig de in deze Verklaring vervatte beginselen, die mede Protocollen omvatten waarbij de hoofdaannemers partij zijn samen met ESA en de leverancier van lanceerdiensten;
Nodigen het Agentschap uit ermee in te stemmen dat de rapportage aan de Partijen inzake kwesties die verband houden met het mandaat dat hem krachtens deze Verklaring is verleend, plaatsvindt tijdens bijeenkomsten van de Raad van het Agentschap of van zijn ondergeschikt orgaan dat belast is met kwesties die samenhangen met de lanceervoertuigen; een dergelijke rapportage vindt ten minste eenmaal per jaar plaats en omvat met name:
rapporten inzake de financiële behoeften en financiering van het CSG;
rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap of zijn vertegenwoordiger over de wereldmarkt voor lanceerdiensten tezamen met een kritische analyse hiervan;
gedetailleerde rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap of zijn vertegenwoordiger over de algehele geografische spreiding van het met de exploitatie samenhangende werk over de Partijen bij deze Verklaring;
rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap over de verdeling van het met de exploitatie samenhangende industriële werk;
gedetailleerde rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap op basis van gegevens die ingevolge de bepalingen van het onderstaande artikel III.I.o zijn verzameld en rapporten van de vertegenwoordiger van de leverancier van lanceerdiensten over het jaarlijkse bedrijfsplan en de ondernemingsactiviteiten. Bij deze gelegenheid worden vertegenwoordigers van de hoofdaannemers van het lanceersysteem uitgenodigd. De Raad of zijn ondergeschikt orgaan kan aan de leverancier van lanceerdiensten of de hoofdaannemers van het lanceersysteem elke aanbeveling doen die hij nuttig acht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze Verklaring. De Raad of het orgaan kunnen de leverancier van lanceerdiensten om verdere rapporten verzoeken;
rapporten van de Directeur-Generaal van het Agentschap over de werkzaamheden van de leverancier van lanceerdiensten, met inbegrip van iedere ontwikkeling betreffende de structuur en/of samenstelling van de aandelen van de onderneming van de leverancier van lanceerdiensten en van zijn groep;
rapporten van de voorzitter van de Verkoopcontrolecommissie;
Nodigen het Agentschap uit de bovenbedoelde rapporten en informatie die een vertrouwelijk karakter kunnen hebben als zodanig te behandelen;
Zorgen ervoor dat de vertegenwoordigers van de Partijen bij deze Verklaring de bijeenkomsten van de Raad van het Agentschap of van zijn ondergeschikt orgaan dat belast is met kwesties die samenhangen met de lanceervoertuigen gebruiken om overeenstemming te bereiken over kwesties die verband houden met de implementatie van deze Verklaring;
Nodigen de Raad van het Agentschap uit de Directeur-Generaal van het Agentschap te machtigen de taken van depositaris van deze Verklaring en de taken omschreven in het onderstaande artikel V uit te voeren;
Nodigen het Agentschap uit de leverancier van lanceerdiensten bijstand te verlenen bij het bevorderen van de exportactiviteiten inzake de lanceervoertuigen, met name bij het leggen van contacten met internationale organisaties;
Nodigen het Agentschap uit, met inachtneming van de van toepassing zijnde bepalingen inzake de bescherming van gegevens, de leverancier van lanceerdiensten de noodzakelijke bijstand te verlenen met betrekking tot industriële kwaliteitsbewaking voor de Ariane 5-, huidige Vega- en Sojoez-lanceervoertuigen die vanaf CSG worden geëxploiteerd. Nodigen, met betrekking tot Ariane 6 en Vega C, het Agentschap uit, met inachtneming van de van toepassing zijnde bepalingen inzake de bescherming van gegevens, om de activiteiten op het gebied van de industriële kwaliteitsbewaking te coördineren, ervoor te zorgen dat deze activiteiten worden verricht binnen het ESA-kader en de aandacht van de leverancier van lanceerdiensten te vestigen op mogelijke kritische kwesties die zijn vastgesteld gedurende het uitvoeren van deze activiteiten.
Niets in deze Verklaring, impliciet of expliciet, mag zodanig worden uitgelegd dat daardoor voor het Agentschap een verplichting of aansprakelijkheid ontstaat voor het financieren van enige activiteit van de leverancier van lanceerdiensten, met name wanneer de laatste aanhoudende financiële verliezen lijdt.
Artikel II
MANDAAT VAN HET AGENTSCHAP
Onderdeel van Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtecentrum in Guyana· Onderwijsrecht