In dit Verdrag wordt verstaan onder:
„zendende partij”: de partij waaronder de strijdkrachten en de leden van het personeel die zich op het grondgebied van de andere partij bevinden ressorteren;
„ontvangende partij”: de partij op het grondgebied waarvan zich de strijdkrachten en de leden van het personeel van de zendende partij bevinden, hetzij tijdens een verblijf hetzij op doorreis, teneinde de in dit Verdrag voorziene samenwerking ten uitvoer te leggen;
„grondgebied”: alle landgebieden, maritieme gebieden, luchtruimen en binnenwateren alsmede elk geografisch gebied waarover de partijen soevereine rechten of rechtsmacht uitoefenen overeenkomstig artikel 22;
„leden van het personeel”: het personeel dat behoort tot de strijdkrachten van een van de partijen alsmede het civiel personeel van een van de partijen dat in dienst is van de ministeries die bevoegd zijn op het gebied van defensie en veiligheid, in het kader van dit Verdrag aanwezig op of op doorreis door het grondgebied van de andere partij, met uitzondering van onderdanen en permanent ingezetenen van de ontvangende partij;
„strijdkrachten”: de eenheden en formaties van de landmacht, marine of luchtmacht of elk ander militair korps (waaronder de Gendarmerie nationale of de Koninklijke Marechaussee) alsmede de ondersteunende defensiediensten van een van de partijen;
„materieel”: de goederen en uitrustingen van de strijdkrachten, met inbegrip van wapens, munitie, militaire voertuigen en elk ander transportmiddel van de zendende partij, die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake samenwerking op defensiegebied en de status van hun strijdkrachten op de grondgebieden in de Caraïben en Zuid-Amerika van de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2023