Naar hoofdinhoud
1. In dit Verdrag wordt de samenwerking op defensie- en veiligheidsgebied tussen de partijen geregeld alsmede de status van de strijdkrachten en leden van het personeel van de zendende partij die aanwezig zijn op het grondgebied van de ontvangende partij. 2. De bevoegdheid inzake de tenuitvoerlegging van deze samenwerking berust in hoofdzaak bij de ministeries belast met defensie en veiligheid van beide partijen. 3. De wijze van toepassing van dit Verdrag kan nader worden bepaald door middel van elk passend instrument dat tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen wordt overeengekomen.

Rechtspraak bij dit artikel