**1.** De aangezochte Partij stelt de verzoekende Partij onverwijld in kennis van haar beslissing over het verzoek tot uitlevering.
**2.** Indien het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd dient dit met redenen te worden omkleed.
**3.** Indien de uitlevering wordt toegestaan, komen de Partijen onverwijld de datum en plaats van de overlevering overeen. De gezochte persoon wordt overgeleverd binnen dertig (30) dagen na de datum waarop de verzoekende Partij ervan in kennis is gesteld dat de uitlevering wordt toegestaan.
**4.** Indien omstandigheden buiten de macht van een Partij de uitvoering van de overlevering verhinderen, stelt deze Partij de andere Partij daarvan in kennis. De twee Partijen komen onverwijld een nieuwe datum overeen voor de overlevering van de persoon binnen dertig (30) dagen na ontvangst van de kennisgeving.
**5.** Indien, binnen de in het vierde lid van dit artikel geregelde termijn, de verzoekende Partij de uit te leveren persoon niet overneemt, kan de aangezochte Partij hem of haar onmiddellijk in vrijheid stellen en een nieuw verzoek tot uitlevering van de verzoekende Partij voor hetzelfde strafbaar feit weigeren.
**6.** De tijd die de uitgeleverde persoon in hechtenis heeft doorgebracht, ook als dat huisarrest was, tussen de datum van aanhouding en de datum van overlevering, wordt door de verzoekende Partij meegeteld ten behoeve van de straf die dient te worden ondergaan in de gevallen voorzien in artikel 2, eerste lid, van dit Verdrag.
Artikel 10
Beslissing en overlevering
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2023