Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 12

Overbrengen van personen in hechtenis om te getuigen of mee te werken aan een onderzoek

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2023

1. Wanneer het gebruik van videoconferentie niet mogelijk is of niet passend wordt geacht, kan een persoon die in de aangezochte Partij in hechtenis zit, op verzoek van de verzoekende Partij tijdelijk naar het grondgebied van die Partij worden overgebracht om te getuigen of mee te werken aan een strafrechtelijke procedure in die Partij. 2. De aangezochte Partij brengt een persoon die in hechtenis zit uitsluitend over naar de verzoekende Partij indien: de persoon vrijwillig toestemming geeft voor de overbrenging; de verzoekende Partij ermee instemt te voldoen aan de voorwaarden die de aangezochte Partij eventueel stelt aan de hechtenis of veiligheid van de over te brengen persoon; onderzoeken of strafrechtelijke vervolgingen die in de aangezochte Partij plaatsvinden waaraan de genoemde persoon dient deel te nemen, er niet door worden doorkruist. 3. Wanneer de aangezochte Partij de verzoekende Partij laat weten dat de overgebrachte persoon niet langer in hechtenis hoeft te worden gehouden, wordt deze persoon in vrijheid gesteld en behandeld als een persoon die in de verzoekende Partij aanwezig is ingevolge een verzoek om de aanwezigheid van die persoon. 4. De verzoekende Partij zendt de overgebrachte persoon die in hechtenis zit weer terug naar de aangezochte Partij binnen dertig (30) dagen te rekenen vanaf de datum waarop de persoon in de verzoekende Partij aanwezig was, of een andere termijn die de Partijen overeen kunnen komen. 5. Ten aanzien van de persoon die in hechtenis zit en is overgebracht, wordt de periode die hij of zij in hechtenis heeft doorgebracht in de verzoekende Partij in mindering gebracht op de duur van de vrijheidsstraf die hij of zij in de aangezochte Partij moet ondergaan. 6. Een persoon die in hechtenis zit en niet de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde toestemming geeft, wordt om die reden niet onderworpen aan een straf of dwangmaatregel ingevolge de nationale wetgeving van de verzoekende Partij of aangezochte Partij.

Rechtspraak bij dit artikel