**1.** Ieder geschil met betrekking tot de toepassing of interpretatie van deze overeenkomst, behalve in het kader van artikel 8 ontstane kwesties, dat niet door een bijeenkomst van het gemengd comité wordt opgelost, kan op verzoek van een partij worden doorverwezen naar arbitrage overeenkomstig de procedures van dit artikel.
**2.** Het arbitrageverzoek moet schriftelijk tot de andere partij worden gericht. De klagende partij vermeldt in haar verzoek welke maatregel in het geding is en legt duidelijk uit waarom die maatregel volgens haar onverenigbaar is met deze overeenkomst.
**3.** Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de arbitrage uitgevoerd door een als volgt samen te stellen scheidsgerecht van drie scheidsrechters:
binnen 20 dagen na ontvangst van een verzoek om arbitrage stelt elke partij een scheidsrechter aan. Binnen 30 dagen na hun benoeming wijzen deze twee scheidsrechters gezamenlijk een derde scheidsrechter aan, die als voorzitter van het scheidsgerecht zal optreden;
indien een partij verzuimt een scheidsrechter aan te stellen, of indien de derde scheidsrechter niet wordt aangesteld overeenkomstig punt a), kan elke partij de voorzitter van de ICAO-Raad verzoeken de nodige scheidsrechter of scheidsrechters aan te stellen binnen 30 dagen na ontvangst van dat verzoek. Als de voorzitter van de ICAO-Raad een onderdaan is van Armenië of van een EU-lidstaat gaat de oudste vicevoorzitter van de ICAO-Raad die geen onderdaan is van Armenië of van een EU-lidstaat over tot aanstelling.
**4.** Het scheidsgerecht wordt opgericht op de datum waarop de laatste van de drie scheidsrechters zijn aanstelling aanvaardt volgens de door het gemengd comité vast te stellen procedures.
**5.** Indien een partij daarom verzoekt, doet het scheidsgerecht binnen tien dagen na zijn oprichting een voorlopige uitspraak over de vraag of het de zaak dringend acht.
**6.** Op verzoek van een partij kan het scheidsgerecht de andere partij verplichten om, in afwachting van de einduitspraak, voorlopige verzachtende maatregelen te nemen.
**7.** Uiterlijk 90 dagen na de datum van oprichting stelt het scheidsgerecht de partijen in kennis van een tussentijds verslag waarin de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen zijn uiteengezet. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn tussentijds verslag. In geen geval mogen de partijen later dan 120 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van het tussentijds verslag.
**8.** Een partij kan binnen veertien dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.
**9.** In geval van hoogdringendheid stelt het scheidsgerecht alles in het werk om de partijen binnen 45 dagen, en uiterlijk binnen 60 dagen, na de oprichting in kennis te stellen van zijn tussentijds verslag. Een partij kan binnen zeven dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen. Het scheidsgerecht kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijke opmerkingen van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het scheidsgerecht worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op de vragen en opmerkingen van de partijen.
**10.** Het scheidsgerecht stelt de partijen uiterlijk 120 dagen na de oprichting in kennis van zijn definitieve beslissing. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn definitieve beslissing. In geen geval mogen de partijen later dan 150 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van de definitieve beslissing.
**11.** In geval van hoogdringendheid stelt het scheidsgerecht alles in het werk om de partijen binnen 60 dagen na de oprichting in kennis te stellen van zijn definitieve beslissing. Wanneer het scheidsgerecht van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het scheidsgerecht de partijen hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het scheidsgerecht de partijen in kennis denkt te kunnen stellen van zijn definitieve beslissing. In geen geval mogen de partijen later dan 75 dagen na de datum van oprichting van het scheidsgerecht in kennis worden gesteld van de definitieve beslissing.
**12.** De partijen kunnen binnen tien dagen nadat de beslissing is genomen om toelichting verzoeken; toelichtingen worden binnen 15 dagen na het verzoek gegeven.
**13.** Als het scheidsgerecht een schending van deze overeenkomst vaststelt en de verantwoordelijke partij zich niet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht houdt of niet binnen 40 dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing van het scheidsgerecht met de andere partij overeenstemming bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing, dan kan de andere partij de toepassing van vergelijkbare uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten schorsen of, indien nodig, de toepassing van deze overeenkomst volledig schorsen tot de verantwoordelijke partij voldoet aan de definitieve beslissing van het scheidsgerecht of tot de partijen overeenstemming hebben bereikt over een voor beide partijen aanvaardbare oplossing.
TITEL III
Artikel 24
Geschillenbeslechting en arbitrage
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte· Arbitrage