Naar hoofdinhoud
1. Iedere partij kan om snelle wederzijdse bijstand verzoeken wanneer zij van mening is dat er sprake is van een noodsituatie. Een verzoek uit hoofde van dit artikel vermeldt, naast de andere vereiste inhoud, een beschrijving van de feiten die aantonen dat er sprake is van een noodsituatie en wat het verband is met de gevraagde bijstand. 2. De aangezochte partij aanvaardt dergelijke verzoeken in elektronische vorm. De aangezochte partij mag een passend niveau van beveiliging en authenticatie vereisen alvorens het verzoek te aanvaarden. 3. De aangezochte partij kan met spoed aanvullende informatie opvragen om het verzoek te kunnen beoordelen. De verzoekende partij verstrekt deze aanvullende informatie met spoed. 4. Zodra de aangezochte partij zich ervan heeft vergewist dat er sprake is van een noodsituatie en aan de andere vereisten voor wederzijdse bijstand is voldaan, beantwoordt zij met spoed het verzoek. 5. Iedere partij zorgt ervoor dat er bij haar centrale autoriteit, of bij andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het beantwoorden van verzoeken om wederzijdse bijstand, vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week iemand beschikbaar is voor het beantwoorden van verzoeken uit hoofde van dit artikel. 6. De centrale autoriteit of andere voor wederzijdse bijstand verantwoordelijke autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte partij kunnen onderling bepalen dat de resultaten van de uitvoering van een verzoek uit hoofde van dit artikel, of een voorlopige versie daarvan, aan de verzoekende partij kunnen worden verstrekt via een ander kanaal dan het voor het verzoek gebruikte kanaal. 7. Wanneer er tussen de verzoekende en de aangezochte partij geen verdrag inzake wederzijdse bijstand noch een regeling op basis van uniforme of wederkerige wetgeving van kracht is, zijn artikel 27, lid 2, punt b), en de leden 3 tot en met 8, alsmede artikel 28, leden 2 tot en met 4, van het verdrag van toepassing op dit artikel. 8. Indien er wel een dergelijk verdrag of een dergelijke regeling bestaat, wordt dit artikel aangevuld met de bepalingen van dat verdrag of die regeling, tenzij de betrokken partijen onderling besluiten in plaats daarvan een of meer van de in lid 7 van dit artikel bedoelde bepalingen van het verdrag toe te passen. 9. Iedere partij kan bij de ondertekening van dit protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring verklaren dat verzoeken ook rechtstreeks kunnen worden gericht aan haar gerechtelijke autoriteiten, via de kanalen van de Internationale Criminele Politieorganisatie (Interpol) of haar 24/7-contactpunt dat is ingesteld krachtens artikel 35 van het verdrag. In een dergelijk geval wordt tegelijkertijd door tussenkomst van de centrale autoriteit van de verzoekende partij een afschrift gezonden aan de centrale autoriteit van de aangezochte partij. Wanneer een verzoek rechtstreeks naar een justitiële autoriteit van de aangezochte partij is gezonden en die autoriteit niet bevoegd is om het verzoek te behandelen, zendt deze het verzoek door naar de bevoegde nationale autoriteit en stelt zij de verzoekende partij daarvan rechtstreeks op de hoogte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel