Naar hoofdinhoud
1. Een verzoekende partij kan erom vragen dat getuigenverklaringen en verklaringen van deskundigen door middel van een videoconferentie worden afgenomen, en de aangezochte partij kan dat toestaan. De verzoekende partij en de aangezochte partij plegen overleg om een oplossing voor eventuele problemen in verband met de uitvoering van het verzoek te faciliteren, bijvoorbeeld met betrekking tot: de vraag welke partij als voorzitter optreedt; de autoriteiten en personen die aanwezig zullen zijn; de vraag of een of beide partijen een bepaalde eed afleggen, waarschuwingen uitspreken of instructies geven aan een getuige of deskundige; de wijze waarop de getuige of deskundige wordt gehoord; de wijze waarop de rechten van de getuige of deskundige worden verzekerd; de behandeling van aanspraken op voorrechten of immuniteiten; de behandeling van bezwaren tegen vragen of antwoorden; en de vraag of een van de partijen dan wel beide partijen diensten op het gebied van vertaling, vertolking en transcriptie aanbieden. 2. De centrale autoriteiten van de aangezochte en de verzoekende partij communiceren voor de toepassing van dit artikel rechtstreeks met elkaar. De aangezochte partij kan dergelijke verzoeken in elektronische vorm aanvaarden. Zij mag een passend niveau van beveiliging en authenticatie vereisen alvorens het verzoek te aanvaarden. De aangezochte partij deelt de verzoekende partij mee waarom zij het verzoek niet uitvoert of de uitvoering ervan uitstelt. Artikel 27, lid 8, van het verdrag is van toepassing op dit artikel. Onverminderd andere voorwaarden die een aangezochte partij overeenkomstig dit artikel kan stellen, zijn de leden 2 tot en met 4 van artikel 28 van het verdrag van toepassing op dit artikel. 3. Een aangezochte partij die uit hoofde van dit artikel bijstand verleent, spant zich in om te bewerkstelligen dat de persoon wiens getuigenis of verklaring wordt gevraagd, aanwezig is. In voorkomend geval kan de aangezochte partij, voor zover haar recht dit toelaat, de nodige maatregelen nemen om een getuige of deskundige te verplichten op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats in de aangezochte partij te verschijnen. 4. De door de verzoekende partij gespecificeerde procedures voor het houden van de videoconferentie worden gevolgd, tenzij dat onverenigbaar is met het nationale recht van de aangezochte partij. In geval van onverenigbaarheid of voor zover de procedure niet door de verzoekende partij is gespecificeerd, past de aangezochte partij de procedure uit hoofde van haar nationale recht toe, tenzij de verzoekende en de aangezochte partij onderling anders bepalen. 5. Indien de getuige of deskundige tijdens de videoconferentie: een opzettelijk onjuiste verklaring aflegt, terwijl die persoon overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte partij ertoe verplicht is een waarheidsgetrouwe verklaring af te leggen, weigert een verklaring af te leggen, terwijl die persoon overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte partij ertoe verplicht een verklaring af te leggen, of zich in de loop van de procedure schuldig maakt aan andere misdragingen die krachtens het nationale recht van de aangezochte partij verboden zijn, is die persoon in de aangezochte partij strafbaar op dezelfde wijze als wanneer de genoemde gedraging in het kader van een binnenlandse procedure had plaatsgevonden, zulks onverminderd de rechtsbevoegdheid krachtens het nationale recht van de verzoekende partij. 6. Tenzij de verzoekende partij en de aangezochte partij onderling anders zijn overeengekomen, draagt de aangezochte partij alle kosten in verband met de uitvoering van een verzoek uit hoofde van dit artikel, met uitzondering van: honoraria van getuigen-deskundigen; kosten van vertaling, vertolking en transcriptie; en buitengewone kosten. Indien de uitvoering van een verzoek tot buitengewone kosten zou leiden, plegen de verzoekende partij en de aangezochte partij overleg om te bepalen onder welke voorwaarden het verzoek kan worden uitgevoerd. 7. Indien de verzoekende partij en de aangezochte partij zulks onderling overeenkomen: kunnen de bepalingen van dit artikel worden toegepast voor de uitvoering van audioconferenties; kan videoconferentietechnologie worden gebruikt voor andere dan de in lid 1 beschreven doeleinden of hoorzittingen, waaronder de identificatie van personen of voorwerpen. 8. Indien een aangezochte partij ervoor kiest het horen van een verdachte of beklaagde toe te staan, kan zij bijzondere voorwaarden en waarborgen vereisen met betrekking tot het afnemen van een getuigenis of verklaring van die persoon, het verstrekken van kennisgevingen aan die persoon of het toepassen van procedurele maatregelen ten aanzien van die persoon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel