**1.** In onderlinge overeenstemming kunnen de bevoegde autoriteiten van twee of meer partijen, wanneer versterkte coördinatie van bijzonder nut wordt geacht, op hun grondgebied gemeenschappelijke onderzoeksteams instellen en beheren, teneinde strafrechtelijke onderzoeken en strafprocedures te faciliteren. De respectieve betrokken partijen bepalen welke de bevoegde autoriteiten zijn.
**2.** De procedures en de voorwaarden voor de werking van gemeenschappelijke onderzoeksteams, zoals de specifieke doelstellingen, de samenstelling, de functies, de duur van de onderzoeksactiviteiten en eventuele verlengingstermijnen, de locatie, de organisatie, de voorwaarden voor het vergaren, doorgeven en gebruiken van informatie en bewijsmateriaal, de vertrouwelijkheidsvoorwaarden en de voorwaarden voor de betrokkenheid van de deelnemende autoriteiten van een partij bij onderzoeksactiviteiten die op het grondgebied van een andere partij plaatsvinden, worden door de bevoegde autoriteiten overeengekomen.
**3.** Een partij kan bij de ondertekening van dit protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring verklaren dat haar centrale autoriteit de overeenkomst tot oprichting van het team moet ondertekenen of er anderszins mee moet instemmen.
**4.** De bevoegde en deelnemende autoriteiten communiceren rechtstreeks met elkaar, met dien verstande dat de partijen onderling afspraken kunnen maken over andere passende communicatiekanalen, wanneer uitzonderlijke omstandigheden meer centrale coördinatie vereisen.
**5.** Wanneer onderzoeksmaatregelen op het grondgebied van een van de betrokken partijen moeten worden uitgevoerd, kunnen de deelnemende autoriteiten van die partij hun eigen autoriteiten verzoeken deze maatregelen uit te voeren en is het niet noodzakelijk dat de andere partijen een verzoek om wederzijdse bijstand indienen. Deze maatregelen worden door de autoriteiten van die partij op haar grondgebied uitgevoerd onder de voorwaarden die krachtens het nationale recht van toepassing zijn op nationale onderzoeken.
**6.** Het gebruik van informatie die of bewijsmateriaal dat door de deelnemende autoriteiten van een partij aan de deelnemende autoriteiten van andere betrokken partijen is verstrekt, kan worden geweigerd of beperkt op de wijze die is uiteengezet in de in de leden 1 en 2 beschreven overeenkomst. Indien in die overeenkomst geen voorwaarden zijn vermeld voor het weigeren of beperken van het gebruik, kunnen de partijen gebruikmaken van de verstrekte informatie of het verstrekte bewijsmateriaal:
voor de doeleinden waarvoor de overeenkomst is gesloten;
voor het opsporen, onderzoeken en vervolgen van andere strafbare feiten dan die waarvoor de overeenkomst is gesloten, met voorafgaande toestemming van de autoriteiten die de informatie of het bewijsmateriaal hebben verstrekt. Toestemming is echter niet vereist wanneer fundamentele rechtsbeginselen van de partij die de informatie of het bewijsmateriaal gebruikt, vereisen dat zij de informatie of het bewijsmateriaal verstrekt ter bescherming van de rechten van een beklaagde in een strafprocedure. In dat geval stellen die autoriteiten de autoriteiten die de informatie of het bewijs hebben verstrekt, daarvan onverwijld in kennis; of
om een noodsituatie te voorkomen. In dat geval stellen de deelnemende autoriteiten die de informatie of het bewijs hebben ontvangen, de deelnemende autoriteiten die de informatie of het bewijs hebben verstrekt, daarvan onverwijld in kennis, tenzij onderling anders is overeengekomen.
**7.** Bij gebreke van een overeenkomst als beschreven in de leden 1 en 2, kunnen op onderling overeengekomen voorwaarden per geval gezamenlijke onderzoeken worden ingesteld. Dit lid is van toepassing ongeacht of er sprake is van een verdrag of regeling inzake wederzijdse bijstand op basis van uniforme of wederkerige wetgeving tussen de betrokken partijen.
HOOFDSTUK II › AFDELING 5
Artikel 12
– Gemeenschappelijke onderzoeksteams en gezamenlijke onderzoeken
Onderdeel van Tweede aanvullend protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, inzake nauwere samenwerking en verstrekking van elektronisch bewijsmateriaal· Strafrecht