Naar hoofdinhoud
1. Iedere partij stelt de nodige wetgevende en andere maatregelen vast om haar bevoegde autoriteiten in het kader van specifieke strafrechtelijke onderzoeken of procedures de bevoegdheid te verlenen een entiteit die op het grondgebied van een andere partij domeinnaamregistratiediensten aanbiedt, te verzoeken informatie te verstrekken die in haar bezit is of tot toegang waartoe zij gerechtigd is, teneinde de registrant van een domeinnaam te identificeren of met die registrant contact op te nemen. 2. Iedere partij stelt de nodige wetgevende en andere maatregelen vast om een entiteit op haar grondgebied toe te staan dergelijke informatie te verstrekken naar aanleiding van een verzoek uit hoofde van lid 1, met inachtneming van redelijke voorwaarden waarin het nationale recht voorziet. 3. In het in lid 1 bedoelde verzoek wordt vermeld: de datum waarop het verzoek is gedaan en de identiteit en de contactgegevens van de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft gedaan; de domeinnaam waarover informatie wordt gevraagd en een gedetailleerde lijst van de gevraagde informatie, met vermelding van de specifieke gegevenselementen; een verklaring dat het verzoek op grond van dit protocol wordt gedaan, dat de informatie nodig is vanwege het belang ervan voor een bepaald strafrechtelijk onderzoek of een specifieke strafrechtelijke procedure en dat de informatie alleen voor dat specifieke strafrechtelijk onderzoek of die specifieke strafprocedure zal worden gebruikt; en de termijn waarbinnen en de wijze waarop de informatie openbaar moet worden gemaakt, alsmede eventuele andere bijzondere procedurele instructies. 4. Indien de instantie daarmee instemt, kan een partij een verzoek uit hoofde van lid 1 in elektronische vorm indienen. Er kan een passend niveau van beveiliging en authenticatie worden vereist. 5. Indien een entiteit als in lid 1 beschreven geen medewerking verleent, kan de verzoekende partij de entiteit verzoeken te motiveren waarom zij de gevraagde informatie niet verstrekt. De verzoekende partij kan verzoeken om overleg met de partij waar de entiteit is gevestigd, teneinde vast te stellen welke maatregelen getroffen kunnen worden om de informatie te verkrijgen. 6. Iedere partij deelt bij de ondertekening van het protocol of bij de nederlegging van haar akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring, of op enig ander tijdstip, de secretaris-generaal van de Raad van Europa de namen en adressen mee van de autoriteiten die voor het in lid 5 bedoelde overleg zijn aangewezen. 7. De secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt een register op van de uit hoofde van lid 6 door de partijen aangewezen autoriteiten en houdt dit bij. Iedere partij zorgt ervoor dat de in het register vermelde gegevens te allen tijde juist zijn.

Rechtspraak bij dit artikel