Naar hoofdinhoud

TITEL VII

Artikel 39

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van Maleisië, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Onder verwijzing naar de resultaten van de VN-Conferentie over milieu en ontwikkeling van 1992 in Rio de Janeiro, de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling van 2002 in Johannesburg en de wereldtop over duurzame ontwikkeling van 2012 in Rio de Janeiro (Rio+20), en naar de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, werken de Partijen samen aan de bevordering van het behoud en de verbetering van het milieu met het oog op duurzame ontwikkeling. Bij alle activiteiten die de Partijen uit hoofde van deze Overeenkomst ondernemen, wordt de tenuitvoerlegging van de toepasselijke multilaterale milieuverdragen in acht genomen. 2. De Partijen erkennen dat het noodzakelijk is de natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit duurzaam te beschermen en te beheren als basis voor de ontwikkeling van de huidige en toekomstige generaties, met name overeenkomstig het Verdrag inzake biodiversiteit, aangenomen te Nairobi op 22 mei 1992, en de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, ondertekend te Genève op 3 maart 1973. Zij verbinden zich ertoe de besluiten op grond van deze verdragen uit te voeren, onder meer via strategieën en actieplannen. 3. De Partijen streven naar verdere versterking van hun samenwerking op het gebied van milieubescherming, onder andere via regionale programma's, de uitwisseling van optimale werkwijzen, politieke dialoog, dialoog over regelgeving, conferenties en workshops, met name wat betreft: bevordering van milieubewustheid en versterkte participatie van alle plaatselijke gemeenschappen in activiteiten op het gebied van milieubescherming en duurzame ontwikkeling; aanpak van de problemen als gevolg van klimaatverandering, met name wat betreft de impact op ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen; bevordering van capaciteitsopbouw met betrekking tot de participatie in en uitvoering van bindende multilaterale milieuverdragen waarbij zij partij zijn; versterking van de samenwerking inzake de bescherming, het behoud en het duurzame beheer van de bosbestanden en de bestrijding van illegale houtkap en de daarmee samenhangende handel; behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit, inclusief bedreigde soorten, habitats en genetische diversiteit, versterking van de samenwerking inzake invasieve uitheemse soorten die voor de Partijen een punt van zorg zijn, en herstel van aangetaste ecosystemen; bestrijding van de illegale handel in wilde planten en dieren en uitvoering van doeltreffende maatregelen daartegen; voorkoming van illegaal grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijk afval en ander afval en ozonafbrekende stoffen; verbetering van de bescherming van kustgebieden en het mariene milieu en bevordering van het duurzame gebruik van mariene hulpbronnen; verbetering van de luchtkwaliteit, milieuvriendelijke verwerking van afval, water en chemische stoffen, en bevordering van duurzame consumptie en productie; bevordering van de bescherming en het behoud van de bodem en duurzaam grondbeheer; bevordering van de aanwijzing van beschermde gebieden en de bescherming van ecosystemen en natuurgebieden, doeltreffend beheer van nationale parken, met passende aandacht voor lokale gemeenschappen die in of nabij deze gebieden leven; bevordering van doeltreffende samenwerking in het kader van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische hulpbronnen en de eerlijke en billijke verdeling van de baten die voortvloeien uit het gebruik ervan bij het Verdrag inzake biodiversiteit, aangenomen op 29 oktober 2010; aanmoediging van de ontwikkeling en de toepassing van vrijwillige duurzaamheidsregelingen, zoals programma's voor eerlijke en ethische handel, milieukeurmerken en certificeringsregelingen. 4. De Partijen moedigen wederzijdse toegang tot elkaars programma’s op de in dit artikel genoemde aangelegenheden aan, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze programma’s. 5. De Partijen streven naar meer samenwerking om vraagstukken in verband met de verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering aan te pakken in het kader van het VN-kaderverdrag inzake klimaatverandering.

Rechtspraak bij dit artikel