Naar hoofdinhoud
1. Verschillen en geschillen die zich tussen de Partijen voordoen met betrekking tot de interpretatie, uitvoering of toepassing van de Overeenkomst, worden minnelijk geregeld door middel van overleg of onderhandelingen binnen het gemengd comité, zonder verwijzing naar een derde partij of een internationaal tribunaal. 2. Indien een Partij meent dat de andere Partij een van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst niet is nagekomen, stelt zij de andere Partij hiervan in kennis. De Partijen plegen overleg om een wederzijds aanvaardbare oplossing voor de kwestie te vinden. Dergelijk overleg vindt plaats onder auspiciën van het gemengd comité. Als het gemengd comité er niet in slaagt een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen treffen. Voor de toepassing van dit lid wordt met „passende maatregelen” bedoeld: elke maatregel die wordt aanbevolen door het gemengd comité of de volledige of gedeeltelijke schorsing van de Overeenkomst. 3. Indien een Partij meent dat de andere Partij een van haar in artikel 1, lid 1, en artikel 7, lid 1, als essentieel element aangewezen verplichtingen niet is nagekomen, stelt zij de andere partij onmiddellijk in kennis hiervan en van de passende maatregelen die zij zal nemen. De kennisgevende Partij adviseert het gemengd comité over de noodzaak om dringend overleg over deze aangelegenheid te plegen. Als het gemengd comité er niet in slaagt binnen vijftien dagen na de start van het overleg en uiterlijk dertig dagen vanaf de datum van de kennisgeving een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen treffen. Voor de toepassing van dit lid wordt met „passende maatregelen” bedoeld: elke maatregel die wordt aanbevolen door het gemengd comité of de volledige of gedeeltelijke schorsing van de Overeenkomst of van een specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 52, lid 2. 4. Een passende maatregel op grond van dit artikel moet evenredig zijn met de ernst van de niet-nakoming van verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst en mag geen belemmering vormen voor de andere verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst die niet zijn aangetast door de situatie. Bij de keuze van de passende maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze Overeenkomst of een andere specifieke Overeenkomst als bedoeld in artikel 52, lid 2, het minst verstoren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel