Na de inwerkingtreding van dit Verdrag, kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa elke Staat die geen lid is van de Raad van Europa, alsmede de Europese Gemeenschap, uitnodigen toe te treden tot dit Verdrag, door een door de meerderheid als voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa genomen besluit en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de verdragsluitende Staten die Partij zijn die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers.
Ten aanzien van elke toetredende Staat, of de Europese Gemeenschap ingeval zij toetreedt, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
HOOFDSTUK V
Artikel 19
– Toetreding
Onderdeel van Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving· Cultureel recht