Elke Staat kan, bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het gebied of de gebieden waarop dit Verdrag van toepassing is nader aanduiden.
Elke Partij kan, op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander in de verklaring aangewezen gebied. Ten aanzien van een dergelijk gebied treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van die verklaring door de Secretaris-Generaal.
Elke krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring aangewezen gebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK V
Artikel 20
– Territoriale toepassing
Onderdeel van Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving· Cultureel recht