**1.** Verzoeken gedaan in overeenstemming met dit Verdrag en mededelingen die daarmee verband houden worden gezonden aan de door de staten die partij zijn aangewezen centrale autoriteiten.
**2.** Elke staat kan, op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, of op enig tijdstip daarna, door middel van een verklaring gericht aan de depositaris, laten weten dat verzoeken aan hem gericht dienen te worden langs diplomatieke weg en/of, zo mogelijk door tussenkomst van de Internationale Criminele Politieorganisatie.
**3.** Om de efficiënte communicatie over de uitvoering van een in overeenstemming met dit Verdrag gedaan individueel verzoek te vergemakkelijken, kan elke staat die partij is, onverminderd artikel 20, eerste tot en met vierde lid, centrale contactpunten aanwijzen bij zijn bevoegde autoriteiten. Deze contactpunten kunnen met elkaar contact onderhouden over praktische zaken met betrekking tot de uitvoering van een dergelijk verzoek.
**4.** Elke staat wijst zijn aangewezen contactpunten aan in overeenstemming met artikel 85, eerste lid.
**5.** De overbrenging van een verzoek, informatie of mededeling op grond van dit Verdrag kan, wanneer de betrokken staten die partij zijn hiermee instemmen, geschieden door middel van veilige elektronische middelen, daarbij rekening houdend met de noodzaak de vertrouwelijkheid te beschermen en de authenticiteit te waarborgen. In elk geval dient de betrokken staat die partij is op verzoek en te allen tijde de originelen of gewaarmerkte afschriften van de stukken in.
DEEL II
Artikel 21
Communicatiekanalen en centrale contactpunten
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht