Naar hoofdinhoud
1. De staten die partij zijn verlenen elkaar de ruimst mogelijke wederzijdse rechtshulp bij de opsporing, vervolging en de gerechtelijke procedures met betrekking tot de misdrijven waarop zij dit Verdrag toepassen. 2. Wederzijdse rechtshulp wordt verleend in de ruimst mogelijke mate krachtens de relevante wetten, verdragen, overeenkomsten en regelingen van de aangezochte staat die partij is met betrekking tot opsporing, vervolging en gerechtelijke procedures ten aanzien van de misdrijven waarvoor een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld in de verzoekende staat die partij is overeenkomstig artikel 15, eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel