Naar hoofdinhoud
De wederzijdse rechtshulp die wordt verleend overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag kan bestaan uit: het opnemen van getuigenissen en verklaringen van personen, met inbegrip van, voor zover in overeenstemming met de nationale wetgeving van de aangezochte staat die partij is, door middel van videoconferentie; het onderzoeken van voorwerpen en plaatsen; het verschaffen van informatie, stukken van overtuiging en beoordelingen door deskundigen; het uitvoeren van huiszoekingen, inbeslagnemingen en confiscaties; het betekenen van gerechtelijke documenten; het verstrekken van originelen of, zo nodig gewaarmerkte, afschriften van relevante documenten, dossiers en computergegevens, met inbegrip van officiële, bancaire, financiële, bedrijfs- of zakelijke dossiers; het vergemakkelijken van de vrijwillige verschijning van personen en de tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis in de verzoekende staat die partij is; het toepassen van bijzondere opsporingsmethoden; het uitvoeren van grensoverschrijdende observaties; het opzetten van gezamenlijke onderzoeksteams; het nemen van maatregelen die de adequate bescherming van slachtoffers en getuigen en hun rechten mogelijk maken; het bieden van elke andere vorm van hulp die niet in strijd is met het nationale recht van de aangezochte staat die partij is.

Rechtspraak bij dit artikel