**1.** Een verzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte staat die partij is en, voor zover niet in strijd met het nationale recht van de aangezochte staat die partij is, en waar mogelijk, overeenkomstig de in het verzoek omschreven procedures.
**2.** De aangezochte staat die partij is, voert het verzoek zo spoedig mogelijk uit en houdt zoveel mogelijk rekening met eventuele uiterste termijnen die door de verzoekende staat die partij is zijn vermeld en die met redenen zijn omkleed, bij voorkeur in het verzoek. De aangezochte staat die partij is, antwoordt op redelijke verzoeken van de verzoekende staat die partij is om informatie over de voortgang van de behandeling van het verzoek. De verzoekende staat die partij is, stelt de aangezochte staat die partij is onverwijld in kennis indien de verzochte hulp niet langer nodig is.
**3.** Op uitdrukkelijk verzoek van de verzoekende staat die partij is, informeert de aangezochte staat die partij is de verzoekende staat die partij is, voor zover mogelijk, over de datum en plaats van tenuitvoerlegging van het verzoek om wederzijdse rechtshulp. Functionarissen en belanghebbenden kunnen aanwezig zijn indien de aangezochte staat die partij is hiermee instemt.
**4.** De uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp kan door de aangezochte staat die partij is worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopende opsporing, vervolging of gerechtelijke procedure hierdoor wordt doorkruist. Waar aangewezen worden redenen voor enig uitstel gegeven, met inbegrip van, indien mogelijk, de voorwaarden waaronder en de termijn waarbinnen de uitvoering zou kunnen plaatsvinden.
DEEL III
Artikel 32
Uitvoering van het verzoek
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht