Naar hoofdinhoud
1. Informatie of bewijsmateriaal verstrekt door de aangezochte staat die partij is wordt door de verzoekende staat die partij is niet gebruikt of doorgezonden voor opsporing, vervolging of gerechtelijke procedures anders dan vermeld in het verzoek zonder voorafgaande toestemming van de aangezochte staat die partij is. 2. Niets in dit lid belet de verzoekende staat die partij is tijdens zijn procedures informatie of bewijsmateriaal bekend te maken die respectievelijk dat ontlastend is voor een verdachte. In dat geval stelt de verzoekende staat die partij is de aangezochte staat die partij is voorafgaand aan de bekendmaking daarvan in kennis, en overlegt, indien daarom is verzocht, met de aangezochte staat die partij is. Indien in een uitzonderlijk geval voorafgaande kennisgeving niet mogelijk is, stelt de verzoekende staat die partij is de aangezochte staat die partij is onverwijld op de hoogte van de bekendmaking. 3. Wanneer de aangezochte staat die partij is bijzondere voorwaarden heeft verbonden aan het gebruik van de door hem verstrekte informatie of bewijsmateriaal, verstrekt de verzoekende staat die partij is op verzoek van de aangezochte staat die partij is informatie over het gebruik van de informatie of het bewijsmateriaal. 4. Indien de aangezochte staat die partij is, nadat hij de gegevens aan de verzoekende staat die partij is heeft verstrekt, op de hoogte raakt van omstandigheden die in een concreet geval aanleiding geven aanvullende voorwaarden te stellen, kan een centrale autoriteit van de aangezochte staat die partij is met een centrale autoriteit van de verzoekende staat die partij is overleggen om te bepalen in welke mate de informatie en het bewijsmateriaal kunnen worden beschermd.

Rechtspraak bij dit artikel