Naar hoofdinhoud
1. De verzoekende staat die partij is en de aangezochte staat die partij is, kunnen overeenkomen elkaar rechtshulp te verlenen bij het verrichten van onderzoeken door functionarissen die infiltreren of met een fictieve identiteit werken naar misdrijven waarop de staten die partij zijn dit Verdrag toepassen. 2. De beslissing omtrent het verzoek wordt in elk afzonderlijk geval genomen door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte staat die partij is met inachtneming van zijn nationale recht en procedures. De duur van de infiltratie-operaties, de nadere voorwaarden en de rechtspositie van de betrokken functionarissen tijdens infiltratie-operaties worden door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte staten die partij zijn overeengekomen, met inachtneming van hun nationale recht en procedures. 3. Infiltratie-operaties vinden plaats volgens het nationale recht en de nationale procedures van de staat die partij is op het grondgebied waarvan zij worden uitgevoerd. De bevoegde autoriteiten van de betrokken staten die partij zijn werken samen bij de voorbereiding van en het toezicht op de infiltratie, alsook bij het treffen van regelingen voor de veiligheid van de functionarissen die onder een valse of fictieve identiteit optreden. 4. Voor de toepassing van het tweede lid vermeldt elke staat die partij is wie de bevoegde autoriteiten zijn aan de centrale autoriteiten van de staten die partij zijn, of, indien aan de voorwaarden van artikel 85, tweede en derde lid, is voldaan, aan de staat die is aangewezen om bijkomende tussentijdse steun te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel