Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde autoriteiten van twee of meer staten die partij zijn kunnen bij onderlinge overeenkomst de nodige maatregelen treffen om, in overeenstemming met hun nationale recht en het internationaal recht een gemeenschappelijk onderzoeksteam in te stellen voor een bepaald doel en voor een beperkte periode, die in onderlinge overeenstemming kan worden verlengd, om strafrechtelijk onderzoek uit te voeren bij een of meer van de betrokken staten die partij zijn. 2. De samenstelling van het team wordt in de overeenkomst vermeld. Een gemeenschappelijk onderzoeksteam kan in het bijzonder worden ingesteld wanneer: het onderzoek van een staat die partij is naar misdrijven waarop hij dit Verdrag toepast moeilijke en veeleisende opsporingen vergt die ook andere staten die partij zijn betreffen; verscheidene staten die partij zijn misdrijven waarop zij dit Verdrag toepassen onderzoeken die wegens de omstandigheden van de zaak een gecoördineerd en gezamenlijk optreden bij de betrokken staten die partij zijn vergen. 3. Een verzoek om instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam kan van elk van de betrokken staten die partij zijn uitgaan. Het team wordt ingesteld bij een van de staten die partij zijn waar het onderzoek naar verwachting zal worden uitgevoerd. 4. Naast de in de desbetreffende bepalingen van artikel 25 bedoelde informatie omvatten de verzoeken tot oprichting van een gemeenschappelijk onderzoeksteam voorstellen voor de samenstelling van het team, het doel van het gemeenschappelijk onderzoeksteam en de duur ervan. 5. Een gemeenschappelijk onderzoeksteam is onder de volgende algemene voorwaarden actief op het grondgebied van de staten die partij zijn die het team hebben opgericht: de leider of leiders van het team zijn vertegenwoordigers van de aan strafrechtelijke onderzoeken deelnemende bevoegde autoriteiten van de staat die partij is waar het team actief is; de leider of leiders van het team handelen binnen de grenzen van hun bevoegdheid krachtens hun respectieve nationale wetgeving; het team treedt op in overeenstemming met het nationale recht van de staat die partij is waar het team actief is; de leden en gedetacheerde leden van het team voeren hun taken uit onder leiding van de in onderdeel a bedoelde personen, rekening houdend met de voorwaarden die door hun eigen autoriteiten zijn vastgesteld in de overeenkomst tot oprichting van het team; de staat die partij is waar het team actief is, treft de voor het functioneren van het team noodzakelijke organisatorische voorzieningen. 6. In dit artikel worden leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam van de staat die partij is waar het team actief is, „leden” genoemd, terwijl leden van andere staten die partij zijn dan de staat die partij is waar het team actief is, worden aangeduid als „gedetacheerde leden”. 7. Gedetacheerde leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam hebben het recht aanwezig te zijn wanneer bij de partij waar wordt opgetreden onderzoekshandelingen plaatsvinden. De leider van het team kan evenwel om bijzondere redenen en in overeenstemming met het recht van de partij op het grondgebied waarvan het team optreedt, anders besluiten. 8. Gedetacheerde leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam kunnen, in overeenstemming met het nationale recht van de partij waar het team optreedt, door de leider van het team worden belast met de uitvoering van bepaalde onderzoekshandelingen, voor zover de bevoegde autoriteiten van de partij waar wordt opgetreden en van de detacherende partij dit hebben goedgekeurd. 9. Wanneer het gemeenschappelijk onderzoeksteam het noodzakelijk acht dat bij een van de partijen die het team hebben ingesteld, onderzoekshandelingen plaatsvinden, kunnen de door die partij bij het team gedetacheerde leden hun eigen bevoegde autoriteiten verzoeken die handelingen te verrichten. Die handelingen worden bij die staat die partij is in overweging genomen onder de voorwaarden die van toepassing zouden zijn indien daarom in het kader van een nationaal onderzoek zou zijn verzocht. 10. Wanneer het gemeenschappelijk onderzoeksteam rechtshulp nodig heeft van een andere staat die partij is dan de staten die partij zijn die het team hebben ingesteld, of van een derde staat, kan het verzoek om rechtshulp door de bevoegde autoriteiten van de staat die partij is op het grondgebied waarvan het team optreedt, worden gericht aan de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken staat, overeenkomstig de toepasselijke instrumenten of regelingen. 11. Gedetacheerde leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam kunnen, in overeenstemming met hun nationale recht en binnen de grenzen van hun bevoegdheid, het team gegevens verstrekken die beschikbaar zijn bij de staten die partij zijn die hen heeft gedetacheerd ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek dat door het team wordt uitgevoerd. 12. Gegevens die een lid of gedetacheerd lid rechtmatig verkrijgt terwijl het lid deel uitmaakt van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en die niet op een andere wijze voor de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten die partijen zijn beschikbaar zijn, kunnen voor de volgende doeleinden worden gebruikt: voor het doel waarvoor het team is ingesteld; voor het opsporen, onderzoeken en vervolgen van andere misdrijven, met voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de staat die partij is waar de informatie vandaan is gekomen, die alleen mag worden onthouden in gevallen waarin een dergelijk gebruik het strafrechtelijk onderzoek in die staat die partij is in gevaar zou brengen of ten aanzien waarvan die staat die partij is wederzijdse rechtshulp zou kunnen weigeren; ter voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, onverminderd het bepaalde in onderdeel b, indien vervolgens een strafrechtelijk onderzoek wordt geopend; voor andere doeleinden, voor zover dat tussen de partijen die het team instellen wordt overeengekomen. 13. De bepalingen van dit artikel laten andere bestaande bepalingen of regelingen inzake de instelling of het functioneren van gemeenschappelijke onderzoeksteams onverlet. 14. Voor zover toegestaan krachtens het recht van de betrokken staten die partij zijn of de bepalingen van een tussen hen geldend rechtsinstrument, kan worden overeengekomen dat andere personen dan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de staten die partij zijn die het gemeenschappelijk onderzoeksteam instellen, deelnemen aan de activiteiten van het team. De rechten die uit hoofde van dit artikel aan de leden en de gedetacheerde leden van het team worden verleend, strekken zich niet uit tot die personen, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld in de overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel