Naar hoofdinhoud
1. Een staat die partij is die met betrekking tot een misdrijf waarop hij dit Verdrag toepast, een verzoek heeft ontvangen tot confiscatie van de opbrengsten van misdrijven of goederen waarvan de waarde overeenkomt met die van deze opbrengsten, met inbegrip van witgewassen goederen, of van goederen, benodigdheden of andere hulpmiddelen die worden gebruikt of bestemd zijn voor gebruik bij dergelijke misdrijven, of andere goederen met het oog op het verlenen van schadeloosstelling aan slachtoffers overeenkomstig artikel 83, derde lid, op zijn grondgebied, stuurt, voor zover dat mogelijk is en in overeenstemming met zijn nationale recht: aan zijn bevoegde autoriteiten het verzoek ten behoeve van het verkrijgen van een bevel tot confiscatie en voert het uit indien een dergelijke bevel wordt toegekend; of aan zijn bevoegde autoriteiten, met de bedoeling dit naar de mate waarin verzocht is ten uitvoer te brengen, een bevel tot confiscatie, dat is uitgevaardigd door een rechter op het grondgebied van de verzoekende staat die partij is, voor zover dit betrekking heeft op opbrengsten van misdrijven, goederen, benodigdheden of andere hulpmiddelen die worden gebruikt of bestemd zijn voor misdrijven waarop deze staat dit Verdrag toepast, of andere goederen met het oog op het verlenen van schadeloosstelling aan slachtoffers in overeenstemming met artikel 83, derde lid, die zich bevinden op het grondgebied van de aangezochte staat die partij is. 2. Naar aanleiding van een verzoek van een andere staat die partij is met rechtsmacht over een misdrijf waarop hij dit Verdrag toepast, neemt de aangezochte staat die partij is voor zover dat mogelijk is en in overeenstemming met zijn nationale recht, maatregelen voor het identificeren, opsporen en bevriezen of in beslag nemen van opbrengsten van misdrijven, goederen, benodigdheden of andere hulpmiddelen die gebruikt of bestemd zijn voor misdrijven waarop hij dit Verdrag toepast, ten behoeve van de mogelijke confiscatie hetzij krachtens een bevel van de verzoekende staat die partij is, hetzij naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig het eerste lid van dit artikel door de aangezochte staat die partij is. 3. Indien de opbrengsten van misdrijven geheel of gedeeltelijk zijn veranderd of omgezet in andere goederen, zijn de in dit artikel bedoelde maatregelen van toepassing op dergelijke goederen in plaats van op de opbrengsten van misdrijven. 4. Indien de opbrengsten van misdrijven zijn vermengd met rechtmatig verkregen goederen, zijn deze goederen, onverminderd de bevoegdheden met betrekking tot bevriezing of inbeslagneming, onderhevig aan confiscatie tot de geschatte waarde van de vermengde opbrengsten. 5. Op inkomsten of andere voordelen verkregen uit de opbrengsten van misdrijven, uit goederen waarin de opbrengsten van misdrijven zijn veranderd of omgezet of uit goederen waarmee de opbrengsten van misdrijven zijn vermengd, zijn de in dit artikel bedoelde maatregelen op dezelfde wijze en in dezelfde mate van toepassing als op de opbrengsten van misdrijven. 6. Voor de toepassing van dit artikel machtigt elke staat die partij is zijn rechters en andere bevoegde autoriteiten te bevelen dat bancaire, financiële of zakelijke dossiers ter beschikking worden gesteld of in beslag worden genomen. Staten die partij zijn beroepen zich niet op het bankgeheim teneinde te weigeren op te treden overeenkomstig de bepalingen van dit lid. 7. De bepalingen van het eerste lid zijn eveneens van toepassing op confiscatie bestaande uit een verplichting tot het betalen van een geldbedrag dat overeenkomt met de waarde van de opbrengsten van misdrijven, indien goederen ten aanzien waarvan de confiscatie ten uitvoer kan worden gelegd zich bevinden in de aangezochte staat die partij is. In dergelijke gevallen kan de aangezochte staat die partij is bij de tenuitvoerlegging van confiscatie overeenkomstig het eerste lid, indien geen betaling wordt verkregen, de vordering verhalen op goederen die voor dat doel beschikbaar zijn. 8. De staten die partij zijn kunnen in de mate die hun respectieve nationale recht toestaat samenwerken met staten die partij zijn die verzoeken om de tenuitvoerlegging van maatregelen die vergelijkbaar zijn met confiscatie en resulteren in de ontneming van goederen doch geen strafrechtelijke sancties zijn, voor zover dergelijke maatregelen worden bevolen door een rechterlijke autoriteit van de verzoekende staat die partij is in verband met misdrijven waarop hij dit Verdrag toepast, op voorwaarde dat vastgesteld is dat de goederen opbrengsten van misdrijven zijn of andere goederen in de zin van het derde tot en met het vijfde lid. 9. In aanvulling op de in artikel 25 omschreven informatie, bevatten verzoeken die worden gedaan in overeenstemming met dit artikel: in het geval van een verzoek dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel a, een beschrijving van de te confisqueren goederen of activa en een uiteenzetting van de feiten waarop de verzoekende staat die partij is zich baseert en die de aangezochte staat die partij is voldoende in staat stellen om het bevel overeenkomstig zijn nationale recht aan te vragen; in het geval van een verzoek dat betrekking heeft op het eerste lid, onderdeel b, een wettig toelaatbaar afschrift van een bevel tot confiscatie waarop het verzoek is gebaseerd, afgegeven door de verzoekende staat die partij is, een uiteenzetting van de feiten en informatie over de mate waarin om uitvoering van de beslissing wordt verzocht; in het geval van een verzoek dat betrekking heeft op het tweede lid, een uiteenzetting van de feiten waarop de verzoekende staat die partij is zich baseert en een beschrijving van de verzochte maatregelen. 10. Het bevel of de maatregelen zoals bedoeld in het eerste en tweede lid worden genomen door de aangezochte staat die partij is overeenkomstig en met inachtneming van de bepalingen van zijn nationale recht en zijn procedureregels of een bilateraal of multilateraal verdrag, overeenkomst of regeling met de verzoekende staat die partij is. 11. De bepalingen van dit artikel mogen niet zodanig worden uitgelegd dat zij afbreuk doen aan de rechten van derden die te goeder trouw handelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel